Over Nederland in ideeën: 'De ideeën zijn vers, origineel en verrassend diepgravend.'
NEW SCIENTIST
Dit wil je weten
Over Nederland in ideeën: 'Het TED-credo 'Ideas worth spreading' is heel erg van toepassing op deze bundel.'
MARKETINGFACTS

Dit wil je weten

93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Dit wil je weten is de tweede editie uit de succesvolle reeks Nederland in ideeën, waarin toonaangevende denkers hun meest waardevolle inzichten delen. Dit jaar geven onder meer Dick Swaab (Hoogleraar Neurobiologie), Laurentien van Oranje (Missing Chapter Foundation), Leo Kouwenhoven (Hoogleraar Natuurkunde), Wende Snijders (zangeres), Alexander Rinnooy Kan (oud-voorzitter VNO-NCW en SER) en Micha Wertheim (cabaretier) antwoord op de vraag die Paulien Cornelisse hen stelde:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

Zij en nog 87 andere toonaangevende wetenschappers, auteurs en kunstenaars geven hiermee hét onmisbare advies voor jouw dagelijks leven.

Zo krijg je van Michiel Bicker Caarten (oprichter BNR Nieuwsradio) een stoomcursus omgaan met de media, zodat je voor altijd bent voorbereid op bezoek van een cameraploeg. Zenuwachtig voor een speech of optreden? Lavinia Meijer (harpiste) legt uit hoe je gefocust blijft en ieder optreden tot een goed einde brengt. Gerard ‘t Hooft (Nobelprijswinnaar voor de Natuurkunde) vertelt over de onverminderd geldige natuurwetten waaraan zelfs gelovigen niet ontkomen, Quirijn Bolle (Oprichter Marqt) schrijft over hoe we samen aan een duurzamere besteding van ons geld kunnen werken en Boris van der Ham (oud-politicus) legt uit hoe je als Socrates door het leven kunt gaan.

Het resultaat is uniek: een verzameling inspirerende, controversiële en vermakelijke adviezen.

Expositie van Ideeën

Naar aanleiding van het verschijnen van Dit wil je weten is er op www.nederlandinideeen.nl een online tentoonstelling georganiseerd.
Volg Nederland in ideeën ook op Twitter en op Facebook.

Eerder verschenen / te verschijnen in deze serie:

(2013)                                                    (2015)

93 experts geven hun beste adviezen prijs

Dit wil je weten = boek van de week op Radio 4!

Ons nieuwe boek Dit wil je weten is door Radio 4 uitgeroepen tot Boek van de week!
Luister hier terug waarom boekhandelaar Daan van der Valk van Boekhandel de Vries voor dit boek koos.

Ik heb ook een advies

In het voorwoord van Dit wil je weten schrijven redacteuren Mark Geels en Tim van Opijnen:

We beseffen dat deze bundel van adviezen bijlange na niet uitputtend is en we waarschijnlijk belangrijke  inzichten over het hoofd hebben gezien. Daarom willen we het nu ook omdraaien en u de vraag stellen: welk inzicht uit uw vakgebied, kan anderen helpen in het dagelijks leven?

Voor iedereen die ook een advies wil aandragen, hieronder staan de editorial marching orders en de brief van Paulien Cornelisse. Bijdragen kun je sturen naar nederlandinideeen@mavenpublishing.nl en zullen op deze site geplaatst worden. We kijken uit naar je advies!

***

‘Beste denkers, wetenschappers, en mensen die de wereld beter begrijpen dan ik,

Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?

Ik realiseer me dat deze vraag misschien een beetje irritant overkomt. Stel, u doet theoretische natuurkunde, dan moet u waarschijnlijk op menig verjaardag antwoord geven op de schamperende vraag: “En wat hebben wíj daaraan?” En misschien komt er dan ook nog iemand om de hoek met “van onze belastingcenten”. Zo is mijn vraag dus niet bedoeld. Waar ik meer in geïnteresseerd ben, zijn specifieke inzichten uit uw vakgebied die u ook als nuttig ervaart in het dagelijks leven.
Dit kan een inzicht zijn dat rechtstreeks toepasbaar is, maar het kan ook zijn dat u een onverwachte parallel ziet tussen een inzicht uit uw vakgebied en een situatie in het dagelijks leven. Hoe specifieker hoe beter. Ik zou het heel leuk vinden als u minstens één keer het woord “ik” wilt gebruiken en iets uit uw persoonlijke leven in uw antwoord wilt verwerken.

Ik kijk uit naar uw antwoord in honderdvoud,

Met vriendelijke groet,
Paulien Cornelisse’

***

EDITORIAL MARCHING ORDERS

Nederland in Ideeën 2015

1. De vraag luidt: ‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

2. Beperk je antwoord tot maximaal 750 woorden. Korter mag natuurlijk ook.

3. Gebruik minimaal één keer het woord ‘ik’. De lezer is het meest geïnteresseerd in jouw persoonlijke visie, niet die van je organisatie of vakgebied.

4. Vertel iets nieuws, iets dat waar is, iets onverwachts en bovenal iets interessants. Of je nu een thrillerschrijver, entrepreneur of theoretisch fysicus bent, je hebt vast inzichten verkregen door je werk waaruit praktische tips voor anderen te distilleren zijn.

5. Het inzicht dat je beschrijft hoeft niet ‘groots’ te zijn: het kan ook op een heel klein onderdeel van het dagelijks leven van toepassing zijn en als subtiele les voor de lezer dienen.

6. Het inzicht mag, maar hoeft niet, van praktische aard te zijn. Het mag bijvoorbeeld ook betrekking hebben op een manier van denken of een bepaald perspectief dat je de lezer wilt meegeven.

7. Onthoud je van zelfpromotie, het refereren aan eigen boeken / artikelen / producten, het ten tonele brengen van stokpaardjes of het bepleiten van partijpolitiek. Ook is dit niet de plek voor een persoonlijke afrekening.

8. Schrijf een op zichzelf staand stuk: gebruik geen voetnoten of hyperlinks en blijf op de pagina.

9. Geef je stuk een korte, pakkende titel die betrekking heeft op jouw antwoord, niet op onze vraag. (Anders gaan alle titels op elkaar lijken.)

10. Ten slotte. Bovenaan elke bijdrage komen een paar steekwoorden over de auteur. Doe dit ook voor jezelf in het volgende format:

Barack Obama

44ste president van de USA; voormalig buurtwerker Chicago; auteur van Dreams of my Father en Audacity of Hope.

Het inzicht van Peter Verstraten

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Peter Verstraten. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Exclusieve cinema, voor iedereen

Wie eind vorige eeuw een oude filmklassieker wilde zien, was aangewezen op een toevallige screening, de lokale videotheek of wat de televisie per ongeluk uitzond. Ikzelf bouwde in de jaren negentig een grote vhs-collectie op, maar hoe verwoed ik ook films opnam, er bleven vele lacunes in de verzameling. Met de komst van dvd’s, voor het eerst op de markt vanaf 1997, heb ik de videobanden kunnen vervangen door kwalitatief beter, soms bijna té scherp beeldmateriaal. Ik heb daarom ook geen nostalgie naar de vhs-periode, maar verlang soms nog wel naar het verlangen. In een tijdperk waarin nagenoeg alles beschikbaar is gekomen, is mijn wensenlijst vrij schraal geworden. De urgentie om iets schier onvindbaars te zoeken, is weggeëbd. Als vroeger in de nacht een zeldzame film werd uitgezonden, was ik ’s ochtends gespannen of ik de video goed had ingesteld en ging ik controleren of het einde er daadwerkelijk op stond. Ha, joepie, ik behoorde tot het selecte clubje dat Kiss Me Deadly (Robert Aldrich, 1955) op tape had, ook al was het in een Duits nagesynchroniseerde versie. Als ik tegenwoordig een langgezochte film op dvd tegenkom, voelt het als een persoonlijke belediging als die tegen een dumpprijs te koop is. In mijn beleving zo waardevol, nu verramsjt.

Vanwege de digitalisering is een enorme filmbibliotheek ontsloten, die er in mijn geval voor heeft gezorgd dat veel van mijn boeken aan het zicht zijn onttrokken door de verzameling dvd’s. Dankzij het veelvuldig (thuis) consumeren van films is bovendien ons beeldvocabulaire zozeer gegroeid dat regisseurs graag met talloze verwijzingen strooien. Als we die referenties herkennen, levert dat als bonus het prettige gevoel op dat we visueel ‘geletterd’ zijn. Verder kunnen we dankzij digitale technologie een film uitvoerig bestuderen, hetgeen de aanzet heeft gegeven tot het op YouTube populaire fenomeen van de recut-trailers. We kennen Kubricks The Shining (Stanley Kubrick, 1980) als enge horror, maar door een slimme selectie van scènes en een andere soundtrack kan een herbewerkte trailer de indruk van een romantische komedie wekken.

De belangrijkste omwenteling die het internettijdperk voor de cinema teweeg heeft gebracht, is dat elke kijker ook criticus kan spelen door zelf user reviews te schrijven, door films met cijfers te beoordelen op websites en door te discussiëren op speciale fora. Dat heeft er vreemd genoeg toe geleid dat filmliefhebbers van weleer hun smaak moesten herzien. Vroeger was mijn kijkplezier tamelijk ‘exclusief’: ik kon er wel op speculeren dat mijn gehoor Out of the Past (Jacques Tourneur, 1947) niet had gezien, dus kon ik die film gerust omstandig prijzen. Nu kan men gemakkelijk controleren of mijn loftuiting wel hout snijdt. Ja hoor, zal men doorgaans beamen, erg goede film, terecht een klassieker, maar daarmee ook een veilige keus. Het is steeds meer een sport geworden om uit dat enorme beschikbare aanbod het uitzonderlijke te vissen, dat wat altijd onder de radar van de filmgeschiedenis is gebleven. Sinds de digitalisering is een sterkere voorkeur voor buitenissige cinema ontstaan, voor zogeheten ‘cult’. Aan het hoog opgeven van een canonieke film valt weinig eer te behalen voor de fanatieke user/blogger, maar wie iets bizars vindt, heeft de neiging dat op een voetstuk te plaatsen. Met name (film)studenten ontlenen er een zekere identiteit aan om prat te gaan op hun waardering voor vreemdsoortige films. Naarmate het afstuderen nadert, voelen ze dat ze op de drempel van de volwassen wereld met bijbehorende verantwoordelijkheden komen te staan, maar ze willen nog graag een hang naar het tegendraadse etaleren. Een onorthodoxe filmsmaak functioneert dan als strohalm van het verlangen om non-conformistisch te zijn, onder het mom: ‘Ik ga straks keurig de banenmarkt op, maar zie mijn filmlijst, er schuilt toch nog een rebelse inborst in me.’ Filmwetenschapper Jeffrey Sconce heeft er eens op gewezen dat dergelijke studenten hun excentrieke voorkeuren legitimeren door zich tegen de canon van hun filmdocenten af te zetten: ‘mijn’ geliefde (maar eigenlijk wanstaltige) film bedient zich van net zulke vervreemdende kunstgrepen als het beste van Jean-Luc Godard of van Douglas Sirk.

Onze (film)voorkeuren zijn een onderdeel van hoe we ons profileren; we boetseren onze identiteit aan de hand van allerlei lijstjes – al dan niet op sociale media. Gevraagd naar mijn lievelingscineasten, stak ik doorgaans de geijkte riedel af over Hitchcock, Bergman, Godard. Maar aangewakkerd door het elan van jonge cinefielen, is mijn smaak opgerekt. Ik heb steeds meer de neiging om lugubere films als Targets (Peter Bogdanovich, 1968) en Possession (Andrzej Żuławski, 1981) te propageren of atypische keuzes voor Wildschut (Bobby Eerhart, 1985) en Election (Alexander Payne, 1999) te gaan rechtvaardigen. Of zou dat een signaal zijn van een naderende midlifecrisis?

Peter Verstraten

Voorzitter Film- en Literatuurwetenschap, Universiteit Leiden

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Zef Hemel

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Zef Hemel. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Bouw niet hoger, maar ook niet lager

Dat een bouwhoogte van niet meer dan vijf tot zes verdiepingen in vrijwel alle steden in de wereld door de eeuwen heen gebruikelijk was en dat dit steeds tot heel levendige en leefbare steden heeft geleid, ongeacht de cultuur of het klimaat, vind ik een mooie en ook bruikbare gedachte voor iedereen. Stel, u zoekt een buurt in een stad om te wonen of te werken, dan kan ik u aanraden uw aandacht in de eerste plaats te richten op die wijken en buurten waar de gebouwen gemiddeld genomen niet lager of hoger reiken dan zes bouwlagen. Een leefbare buurt, zeg ik u, is dan bijna gegarandeerd. Want geloof het of niet, u zult er doorgaans voldoende winkels, scholen en voorzieningen aantreffen op loopafstand van uw woning of kantoor, er zullen voldoende kleine parken zijn waar u met uw kinderen kunt verpozen, er zal voldoende aanbod zijn van openbaar vervoer dat u brengt naar de gewenste bestemmingen, kortom: alles wat in de dagelijkse behoeften van u en uw dierbaren voorziet, zal aanwezig zijn indien de gemiddelde bouwhoogte de zes lagen benadert.

Maar het gaat verder. Buurten als die ik bedoel geven u meestal ook de beste beschutting tegen wind, zon, hitte en regen; ze leveren doorgaans het beste microklimaat op voor gewone mensen zoals u en ik. Ook zullen er relatief veel mensen te voet gaan, waardoor er voldoende stoepen zijn en de straten niet te breed, en bijna overal is voldoende drukte en vertier. Dat maakt deze buurten doorgaans ook veiliger, althans ze geven u en de uwen een rustiger en veiliger gevoel doordat er zo veel oplettende mensen op elk moment van de dag aanwezig zijn. Bovendien worden uw ogen in dergelijke buurten voortdurend behaagd door het prettige formaat van de bouwmassa’s, de gevels en de architectuur, die niet te veel zullen imponeren, maar u ook niet zullen vervelen. Architecten hebben er dikwijls hun beste werk geëtaleerd. En overal heerst nog een menselijke maat.

Waarom we dergelijke buurten bijna niet meer bouwen, begrijp ik niet. Of nee, ik begrijp het heel goed. Want ik weet dat er begin twintigste eeuw een revolutie plaatsvond in de stedenbouw door de technische vinding van de lift en de roltrap enerzijds en die van de auto anderzijds. De eerste maakte heel hoge flatgebouwen mogelijk, de tweede villawijken en woonbuurten van hoofdzakelijk rijtjeshuizen en uitgestrekte bedrijventerreinen waar gewone stervelingen als u en ik niets te zoeken hebben en ook liever niet komen. Mensen hoefden in ieder geval geen trappen meer te lopen. Tot zes hoog ging dat vroeger nog wel, maar leuk was het niet. Vandaar die maximale bouwhoogte. De hoogste verdiepingen van gebouwen waren trouwens meestal bestemd voor het personeel, de lagere voor de rijken. Ineens echter veranderde alles. Architecten, ontwikkelaars en economen creëerden nieuwe markten en nieuwe urbane landschappen die eerder niet of nauwelijks denkbaar waren geweest en die door veel mensen comfortabel en profijtelijk werden gevonden.

Met de nieuwe technische leefomgevingen van mensen – suburbs, hoogbouwwijken – is op zichzelf helemaal niets mis, maar de leefbaarheid kon hierdoor niet langer worden gegarandeerd. Steden raakten uit balans, voortdurend moesten nieuwe oplossingen worden gezocht voor onverwachte problemen: congestie, onvoldoende bereikbaarheid van voorzieningen, hittevorming, luchtvervuiling, geluidsoverlast, windhinder, gezondheidsklachten, psychische stoornissen door drukte, stilte, eenzaamheid, criminaliteit. Ik zeg niet dat steden opgetrokken uit gebouwen van gemiddeld zes bouwlagen altijd helemaal zonder problemen zullen zijn. Wel stel ik vast dat duurzaamheid en leefbaarheid nauw met elkaar samenhangen en dat deze met verhoging dan wel verlaging van de stedelijke dichtheid danig op de proef worden gesteld. Het zijn allemaal problemen die gemakkelijk voorkomen hadden kunnen worden als alle steden in een dichtheid van gemiddeld vijf tot zes bouwlagen waren gebouwd. Noem het een natuurwet. Dat is wat anders dan de economische wetmatigheid die tegenwoordig de gebouwde omgeving domineert.

Zef Hemel

Hoogleraar Grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Steven Schuit

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Steven Schuit. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Wee, o wee de goedgelovigen

Als advocaat ben ik altijd gefascineerd door de vraag of een nog te maken afspraak afdwingbaar zal blijken te zijn. Voor de praktijk is dan belangrijk om ook na te gaan of het waarschijnlijk is dat de afspraak vanzelf wordt nagekomen, dus zonder dat de afspraak hoeft te worden afgedwongen. Dat vergt inzicht in de achterliggende motieven van de persoon of organisatie waarmee de afspraak gemaakt wordt. De eigenlijke motieven zijn zelden volstrekt helder. Vrijwel altijd hebben partijen een dubbele agenda.

Of alle dieren een dubbele agenda hebben, weet ik niet. Maar mijn hond had die zeker, en ik ken geen mensen die hem niet ook hebben. Niet alleen een dubbele agenda, maar een veelvoud daarvan, en die zijn ook nog aan verandering onderhevig, soms volstrekt onverwacht. Dat alles hangt natuurlijk ook van het onderwerp af. We willen allemaal meer dan één ding tegelijk. We zijn ook innerlijk tegenstrijdig in onze verlangens. Multivalent en ambivalent. Niets mis mee.

Maar bij het maken van afspraken gaat het daardoor vaak volkomen mis. We weten dat met enig nadenken, maar we vergeten het vaak, juist als het belangrijk wordt, als we een bíndende afspraak willen maken. De meeste afspraken die we maken, hebben niet het oogmerk bindend te zijn. We zeggen op tijd te komen, maar komen stelselmatig te laat. We zeggen aardig te zullen zijn, maar vallen woedend uit. Allemaal niet bindend. Maar veel afspraken hebben het oogmerk wél bindend te zijn, zelfs al zijn ze niet afdwingbaar (door tussenkomst van de rechter of met machtsmiddelen, zoals geweld). Juist dan rijst de vraag wat de andere, buitencontractuele, agenda’s zijn van de partijen, nu en in de relevante toekomst. Die andere agenda’s bepalen de vanzelfsprekendheid van de nakoming.

Het afdwingen van de nakoming is altijd lastig, soms onmogelijk. Denk aan het bekende verschil tussen ‘recht hebben’ en ‘recht krijgen’. Het afdwingen kan ook veel tijd vergen en grote kosten meebrengen. Zo mogelijk nog erger is de grote schade in de onderlinge verhoudingen die met het afdwingen van recht gepaard kan gaan. Je moet vaak met elkaar verder, nu of straks, en dat is zeker het geval in ons kleine land. Juist die relationele schade maakt dat partijen ervan afzien om nakoming te vorderen. Liever geen of gedeeltelijke nakoming dan een breuk in de verhouding met de wederpartij.

Dat zie je het sterkst bij de relatie tussen arts en patiënt en bij een vergelijkbare relatie tussen partijen met een zeer ongelijke positie. Ook in de verhouding tussen de burger en de overheid speelt het veelvuldig. In het laatste geval is dat extra vervelend omdat de overheid een niet te vertrouwen contractspartij is. Per definitie. Niet omdat overheidsdienaren onbetrouwbaar zijn, maar omdat zij dienend zijn aan politici die steeds politieke wind moeten blijven vangen om in de gunst te blijven van het wispelturige electoraat. Politici worden daardoor steeds in de verleiding gebracht om te laveren tussen de gemaakte afspraken door, of er dwars doorheen.

Bedrijven komen afspraken vaak ook na om reputatieschade te voorkomen. Natuurlijke personen zijn niet noodzakelijk beter dan bedrijven, maar zij hebben vaak nog een geweten waarop een beroep kan worden gedaan als een afspraak niet wordt nagekomen. Overheden en bedrijven zijn geen natuurlijke personen; die hebben geen geweten.

Alleen naïeve mensen geloven in de goede afloop van een afspraak. Het probleem zit in de weerstand die we hebben tegen argwaan, de tegenpool van naïviteit. Je krijgt geen compliment als je zegt argwanend te zijn. Erger nog: er zijn filosofen en theologen die beweren dat mensen geneigd zijn tot het goede. Ik beweer niet dat mensen per se kwaad willen, maar wel dat ze veelvuldig onder een afspraak uit proberen te komen, goedschiks, maar heel vaak ook kwaadschiks.

Het is dus zaak om bij het maken van een afspraak een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de waarschijnlijkheid dat de afspraak inderdaad vanzelf wordt nagekomen, dit door naar beste weten de andere agenda’s van de wederpartij te onderkennen.

Hoe?

Mijn hond snuffelde altijd goed aan andere honden. Instinctief. Maar mensen blijken dat instinct kwijt te zijn. Wij moeten het doen met geschoolde argwaan, getraind door verstand en ervaring. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar doen wij dat als mensen wel genoeg? Nemen we de tijd en de moeite om ons echt grondig te verdiepen in de motieven van de wederpartij bij de afspraak? En hebben we ons een goed beeld gevormd van de diverse andere agenda’s van de wederpartij? En van de nu misschien al te bespeuren verleidingen om de te maken afspraak niet na te komen als dat te zijner tijd niet goed uitkomt?

Dan doemt meteen de vraag op of er dan, bij niet-nakoming, nog iets te heronderhandelen valt. Onderhandelen zonder een onderhandelingspositie leidt tot niets; moeten we bij het maken van de afspraak alvast een fall back-positie inbouwen?

Recht en macht zijn elkaars complementen. Ik ben blij dat ik in een rechtstaat leef. Maar het is misleidend te denken dat in een rechtstaat het recht altijd zegeviert over macht. Helaas. We moeten argwanend zijn, en als een hondje lang en grondig snuffelen aan de wederpartij.

Wee, o wee de goedgelovigen.

Steven Schuit

Advocaat; hoogleraar Corporate Governance Nyenrode Business Universiteit; commissaris; auteur van The Chairman makes or breaks the board (2010)

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Marian Joëls

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Marian Joëls. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Stress is goed!

Stress staat in een kwade reuk. Men líjdt aan stress, vooral werkstress, relatiestress of, nog erger, posttraumatische stress. Maar kan een mens goed functioneren zonder stress? Het antwoord is: nee.

Iedere potentiële bedreiging uit onze omgeving ervaren we – subjectief – als stress. Als reactie hierop maakt de bijnier twee hormonen aan, adrenaline en cortisol. Deze hormonen bereiken alle organen, maar doen alleen iets in die cellen waar aan de buitenkant ook een ‘ontvangermolecuul’, een receptor, zit die het signaal doorgeeft aan andere delen van de cel. Adrenaline zorgt ervoor dat we meteen kunnen reageren als gevaar dreigt. Wanneer je net je teen op het zebrapad hebt uitgestoken en er komt een motorfiets de hoek om scheuren die je van de sokken dreigt te rijden, kun je maar beter meteen je been terugtrekken. Daar hebben we adrenaline voor, het hormoon dat direct energie geeft om te handelen. Het probleem is dat onze energievoorraad snel is uitgeput; die moet weer aangevuld worden. Dat is de taak van cortisol. Samen zorgen deze stoffen ervoor dat we met stress om kunnen gaan, niet alleen op het moment zelf maar ook in de periode erna. Zo kunnen we ons aanpassen aan veranderingen in de omgeving.

Beide hormoonsystemen hebben ook invloed op de hersenen. Adrenaline zorgt er indirect voor dat in de hersenen een andere stof, noradrenaline, wordt afgegeven; cortisol kan zelf de hersenen binnenkomen. En dat blijft niet zonder gevolgen, want onze hersenen werken anders na stress.

Onderzoek van de laatste tien jaar heeft aangetoond wat er precies in de hersenen gebeurt in de eerste uren na stress. Aanvankelijk zorgt met name noradrenaline dat hersengebieden die met emotie te maken hebben, sterk worden geactiveerd. Maar het is een kwestie van energieverschuiving binnen de hersenen: wat extra wordt geïnvesteerd in de emotionele gebieden gaat ten koste van de ratio. Hersengebieden die een rol spelen bij het nemen van beslissingen, bij sociaal gedrag of bij het plaatsen van gebeurtenissen in de juiste context worden direct na stress allemaal op een laag pitje gezet. Dat is ook wat je verwacht van stress; je richt je aandacht direct op het potentiële gevaar, voor een meer gewogen oordeel is domweg geen tijd. Verrassender is wat er gebeurt enkele uren na stress, door cortisol. Niet alleen zijn mensen dan ‘bijgekomen’ van de stress, ze hebben zelfs een betere rationele hersenwerking en minder activiteit in de emotionele hersenkernen dan bij een controlebehandeling.

Dit is natuurlijk allemaal onderzocht onder zeer gecontroleerde omstandigheden in het laboratorium. Ons dagelijkse leven zit wat gecompliceerder in elkaar. Toch kunnen deze inzichten wel degelijk betekenis hebben voor het leven van alledag. Wat te denken van een beurshandelaar die onder grote druk verstrekkende financiële beslissingen moet nemen? In laboratoriumcondities laten mensen direct na stress meer emotionele dan rationele argumenten meespelen bij financiële transacties; ze weigeren bijvoorbeeld een financieel aanbod als ze vinden dat een ander te veel geld krijgt in verhouding tot wat ze zelf ontvangen, terwijl ze objectief gezien zelfs met dat onrechtvaardige aanbod winst maken. Het omgekeerde gebeurt enkele uren na stress: dan accepteert men de winst, ook als dat betekent dat een ander nog meer winst maakt. Dit principe blijft waarschijnlijk niet tot het laboratorium beperkt. Misschien zou de wereld er anders uitzien als de handelaren op Wall Street ‘uitgestelde’ beslissingen hadden mogen nemen; gewoon, thuis op de bank, met een kopje thee erbij. Dan kun je blijkbaar beter leven met het idee dat je het zelf goed hebt maar een ander misschien nog iets beter. Een ander veld waar onze inzichten wel eens nuttig zouden kunnen zijn, is in de onderwijswereld. Begrijpen hoe scholieren informatie beter onthouden en hoe gestrest ze daar precies voor moeten zijn, kan helpen om effectief belangrijke informatie over te brengen.

Al deze inzichten gaan over de betekenis van huis-tuin-en-keuken-stress voor de hersenen. Wat traumatische gebeurtenissen of langdurige en oncontroleerbare nare situaties doen met je lichaam en geest, is een heel ander verhaal. Dát is de stress die we beschouwen als stress die slecht voor ons is.

Een journalist vroeg mij eens of ik zelf iets had aan deze inzichten over stress. ‘Hebt u minder last van stress?’ Ik vrees dat ik ontkennend moest antwoorden. Als ik een deadline probeer te halen, een subsidieaanvraag is afgewezen, als de dag te kort lijkt om alles af te ronden… dan spuit ook bij mij de adrenaline uit mijn oren. Maar ik weet beter! Daarom staat op mijn bureau een bordje met de tekst stress is goed. Voor het geval ik het mocht vergeten.

Marian Joëls

Hoogleraar Neurowetenschappen, UMC Utrecht Hersencentrum

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Henk van Os

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Henk van Os. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Kunst en Leven

Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen? Die vraag is voor mij een gotspe. Mijn vakgebied, de kunstgeschiedenis, heeft zozeer mijn leven bepaald, dat het bijna onmogelijk is om daar één inzicht uit te isoleren. Het heeft me al heel veel moeite gekost om als student mijn beleving van kunst in een wetenschappelijk kader te wringen, en ik koester nog steeds wantrouwen jegens collegae die in hun omgang met kunst niet verder zijn gekomen dan historisch mierenneuken. Het inzicht dat ik aan mijn luisterkijkers via de tv heb proberen over te dragen, is dat een ordelijke omgang met kunst (met behulp van kunstgeschiedenis bijvoorbeeld) je gelukkig kan maken, niet alleen vanwege het esthetisch genieten, maar ook omdat je op een heel indringende manier jezelf kan ontmoeten. Een kunstwerk is bovendien een heel bijzonder historisch feit, omdat het zijn eigen historiciteit overstijgt en daardoor behalve een uniek inzicht in de geschiedenis ook vreugde en troost geeft. Het is te veel, wat ik schrijf, maar minder is het niet, wanneer je al in je puberteit je hart hebt verpand aan de omgang met kunst.

Henk van Os, Universiteitshoogleraar, Universiteit van Amsterdam; voormalig directeur Rijksmuseum

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Anna Dijkman

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze pagina vind je het antwoord van Anna Dijkman. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Ons falende denken

Daar zaten we dan, in een huis dat ‘onder water’ stond. Gekocht in een periode die later toch niet het ‘herstel’ van de woningmarkt aankondigde, maar slechts een minieme opleving bleek te zijn. We zouden er een paar jaar later nooit meer voor krijgen wat we zelf betaald hadden. Toen deed zich de kans voor om een huis in dezelfde buurt te kopen dat tweeënhalf keer zo groot was. Voor een prijs waar we een paar jaar eerder keihard om zouden hebben gelachen om vervolgens achterdochtig te vragen of de fundering misschien verrot was.

Maar toch.

Van het bepalen van de vraagprijs van ons oude huis kreeg ik buikpijn. Afstand doen van een huis voor minder dan je zelf hebt betaald, voelt alsof je het in de uitverkoop doet. Afdankt. Als potentiële kopers het dan ook nog waagden een bod onder die vraagprijs te doen, voelde ik me persoonlijk beledigd. Na de verkoop zou een schuld overblijven waar geen bezit meer bij hoorde. Ons spaargeld was weg. Eigenlijk voelde het helemáál niet goed. Misschien moesten we het maar niet doen?

En toch was het heel verstandig dat onderbuikgevoel te negeren. Ik was namelijk ten prooi gevallen aan een valkuil van het intuïtieve denken.

Lange tijd is door sociale wetenschappers aangenomen dat de mens over het algemeen een rationeel wezen is. Aan irrationeel gedrag zouden emoties zoals angst, verdriet, liefde en boosheid ten grondslag liggen. Economen geloofden in de homo economicus, de rationele beslisser die risico’s en kansen afweegt tegen de opbrengsten en zo de optimale beslissing neemt. Alleen weten we nu dankzij het werk van onder meer psycholoog Daniel Kahneman en zijn collega’s dat dat niet klopt. Mensen zijn irrationeel en maken stelselmatig denkfouten zonder dat daar specifieke emoties een rol bij spelen.

Om ons leven en de daarbij horende beslissingen makkelijk te maken gebruiken we de hele dag door heuristieken, vuistregels zo u wilt, en worden we verblind door vele biases. Zo zijn mensen bijzonder slecht in het voorspellen van de toekomst, het inschatten van kansen, het mentaal bijhouden van uitgaven en het onthouden van herinneringen. We overschatten onszelf, leggen allerlei onterechte causale verbanden, zien patronen in zo’n beetje alles, inclusief aangebrande tosti’s, houden vast aan bezit ook al is het verliesgevend en kunnen achteraf altijd precies aanwijzen waarom iets misging (vooral bij anderen). Kahneman beschrijft het allemaal in een geweldig boek (dat in de Nederlandse vertaling een betere titel heeft gekregen dan het origineel): Ons feilbare denken.

Maar nu terug naar dat huis. Mijn rationele besluitvorming werd namelijk gehinderd door verliesaversie.

Uit onderzoek waar Kahneman de Nobelprijs voor de Economie voor kreeg, blijkt – even kort door de bocht – dat mensen meer pijn voelen bij verlies dan ze vreugde voelen bij winst. Stel dat 100 euro winst +1 vreugde oplevert, dan zorgt 1 euro verlies voor -200 pijn. Het vooruitzicht op winst of verlies heeft invloed op gedrag. Om verlies te voorkomen gaan mensen bijvoorbeeld meer risico nemen.

Zo zijn in een dalende markt huizenverkopers bereid hun huis lang te koop te zetten. Ze blijven hopen op een hogere prijs door een aantrekkende markt. Het risico dat de markt nog verder instort en ze nog minder voor hun huis krijgen, nemen ze voor lief. In een opgaande markt staan huizen juist kort te koop. De verkopers gaan voor de snelle winst en accepteren een goed bod. Gek genoeg is dan vrijwel niemand bereid het risico te nemen het huis langer te koop te zetten om zo een nog hogere prijs te krijgen. Het risico op een dalende markt is dan ineens blijkbaar wél te groot.

De angst voor verlies houdt veel mensen gevangen in hun huizen. Maar als je het gaat uitrekenen, is verhuizen in een dalende markt eigenlijk niet zo’n gek idee. Ons nieuwe huis was zo fors in prijs gedaald dat we zelfs met een verlies op het oude huis nog steeds goedkoper uit waren dan we een paar jaar geleden in een stijgende markt waren geweest.

In dat nieuwe huis heb ik overigens zo’n beetje alle andere mogelijke denkfouten wél gemaakt: van een te optimistische planning rond de verbouwing en het overschatten van eigen klusvaardigheden tot het onderschatten van de extra kosten. En dan mezelf achteraf verwijten dat ik het had kunnen weten. Ik was immers op de hoogte van mijn falende, pardon, feilbare denken.

Anna Dijkman

Auteur van Psycholo-Geld (2012); hoofdredacteur van weblog DasKapital.nl; afgestudeerd psycholoog en journalist

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Jim Stolze

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Jim Stolze. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Gered door de wekker!

Op mijn schrijftafel staat een kookwekker. Veel mensen denken dat-ie er staat ter decoratie, maar dan leg ik met veel plezier uit dat dit ooit mijn reddingsboei was en dat hij voor mij nog steeds dienstdoet als de ultieme productiviteitstool. Om dat uit te leggen moet ik eerst nog een paar jaar terug in de tijd.

In 2008 deed ik een experiment dat mij nog jaren zou achtervolgen. Als onderdeel van een breder onderzoek naar de gevolgen van de digitalisering bracht ik veertig dagen op rij door zonder toegang tot e-mail, internet, YouTube, Twitter, iPhone enzovoort. In eerste instantie hield ik alleen een (papieren) dagboekje bij voor mezelf, maar al snel begon de telefoon (een ouderwetse Nokia) te rinkelen. De radio was als eerste wakker. ‘Hij leeft al twee weken zonder internet, we zijn benieuwd hoe het met hem gaat. We hebben hem aan de lijn. Jim Stolze, hoe gaat het?’

Daarna volgden de kranten. Een paginagroot artikel in de Volkskrant waarin ik verklaarde ‘bevrijd te zijn van het leed dat e-mail heet’ bracht Nieuw Amsterdam op het idee om mijn dagboek en andere bevindingen te bundelen in het boekje Hoe overleef ik mijn inbox. De aandacht strekte zich zelfs helemaal uit tot en met cnn, waarna het experiment ook internationaal navolging kreeg.

Voor mij was het experiment altijd als eenmalig bedoeld, en al snel daarna vulde ik mijn dagen met het naar Nederland brengen van ted.com in de vorm van tedxAmsterdam.

Toch is er een truc die ik – exact vijf jaar na het verschijnen van het boek Hoe overleef ik mijn inbox – nog dagelijks gebruik en die ik daarom graag wil delen in deze editie van Nederland in ideeën.

Toen ik mijn gedachten rondom informatiestress, continue afleiding en inboxmanagement op papier zette, dacht ik echt dat we het dieptepunt qua communicatie wel bereikt hadden. Wat zat ik ernaast! De informatietsunami is inmiddels door alle denkbare dijken gebarsten. Anno 2014 lijkt niemand meer bezwaar te maken tegen overstromende inboxen. Sterker, met de vele Whatsapp-groepjes en eigen postvakken bij Facebook en Twitter krijgen we er alleen maar inboxen bij. De manier waarop mensen het hoofd boven water houden is het beste te omschrijven als ‘stream-management’. Een stream is een voortdurende aanlevering van informatie, net als bijvoorbeeld livetelevisie. Je inbox beschouwen als een stream betekent dat je alleen kijkt wat er bovenaan of als ‘ongelezen’ staat. De rest negeer je vanwege gebrek aan tijd (en focus, of verantwoordelijkheidsgevoel).

Door dit nieuwe communiceren en het overvloedig aanwezig zijn van informatie zien veel mensen hun effectiviteit verwateren. Vroeger was een opgeruimd bureau een teken dat je alles onder controle had en dat je uit pure verveling snel nieuwe klusjes ging zoeken. Tegenwoordig kun je met gemak de hele dag actief surfend doorbrengen, de illusie creërend dat je goed bezig bent, terwijl je eigenlijk niets nieuws produceert.

Om mijzelf daartegen te beschermen zet ik mijn kookwekker in. De truc komt voort uit een oude blogpost van Merlin Mann, bekend van zijn website 43folders.com.

Het werkt heel simpel: ik ga zitten aan mijn bureau en bepaal wat ik die ochtend of middag gedaan wil hebben. Dat kan zijn een nieuw hoofdstuk aan mijn boek toevoegen, een presentatie in elkaar knutselen of bijvoorbeeld een memo opstellen.

Vervolgens zet ik alles uit (e-mail, internet, telefoon etc.) en stel de wekker in op twaalf minuten. Het zachte getik van de kookwekker zet mij automatisch in de schrijfstand en ik begin met schrijven. Als dan na twaalf minuten de wekker afgaat, mag ik mijn ‘beloning’. Dat kan zijn even een kopje koffie halen, of op een website of sociaal netwerk rondkijken. Na drie minuten gaat de wekker weer en begint een nieuwe sessie van twaalf minuten werktijd.

Als je dit vier keer herhaalt, zul je zien dat je een extreem productief uurtje achter de rug hebt. Niet alleen omdat je jezelf hebt verplicht om te singletasken, het is volgens onderzoekers ook nog eens een betere manier om je hersenen in te zetten.

Na lezing van deze tip heb je volgens mij dus de keuze uit twee vervolgacties:

– Je kunt via Google gaan zoeken naar ‘kookwekker’ en ‘productiviteit’. Je zult er dan achter komen dat deze techniek officieel de ‘Pomodoro-techniek’ genoemd wordt. Bedacht in de vorige eeuw door de Italiaan Francesco Cirillo. En dat er inmiddels een hele cult is ontstaan rondom dit gedachtegoed, inclusief bijpassende scoreformulieren en ondersteunende software.

– Óf je kunt nu naar je keuken (of bedrijfsrestaurant) toe lopen – op zoek naar een kookwekker. Zet hem dan op twaalf minuten en kijk wat er uit je vingers komt. Als het je bevalt, mag je van mij daarna weer even drie minuutjes verder lezen in dit boek.

Jim Stolze

Oprichter en ambassadeur van ted.com en tedxAmsterdam; presentator van het tv-programma Toekomstmakers (rtl 7); schrijver van het boek Uitverkocht! (2011)

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Victor Mids

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Victor Mids. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Inzichtelijke illusies

‘De Amerikaanse illusiebouwer Jim Steinmeyer schreef ooit: ‘Als goochelaar bewaak je in feite een lege kluis.’ Daarmee doelde hij op het gegeven dat de meeste goochelgeheimen (tegen betaling) vrij toegankelijk zijn. Online valt tegenwoordig zowat elke truc te kopen.

Nou wil dat niet meteen zeggen dat mijn geheimen als illusionist geen waarde hebben, maar de kwetsbaarheid die Steinmeyers uitspraak blootlegt, herinnert me er wel altijd aan dat het bij illusies primair niet om de achterliggende methode gaat, maar om de beleving, de emotie die de illusionist bij zijn publiek weet los te maken.

Om die reden zijn goochelgeheimen dan ook niet heilig voor mij, zeker niet als er achter deze geheimen mooie inzichten schuilen. Het is fascinerend te ontdekken hoeveel kennis goochelaars en illusionisten door de eeuwen heen op empirische wijze hebben verzameld. Kennis die vanwege de aard van het beroep lang niet altijd bij het grote publiek terecht is gekomen. Maar wat voor methoden gebruikt een illusionist nou eigenlijk om u op het verkeerde been te zetten? En interessanter nog: wat kunnen we daarvan leren?

Laten we als voorbeeld kijken naar de ‘zwevende kogel’-illusie van David Abbott, een collega en tijdgenoot van Houdini. Bij deze act liet Abbott een loodzware, metalen kogel ter grootte van een voetbal sierlijk door de zaal zweven, voor het publiek even prachtig als onmogelijk.

Het geheim – daar gaan we al – achter deze zwaartekracht-trotserende illusie zat hem erin dat de kogel op vernuftige wijze aan een voor het oog onzichtbare draad vastzat. De kogel zelf was gemaakt van piepschuim, bespoten met zilverlak. Na afloop van de illusie, als Abbott het applaus in ontvangst nam, liep hij naar de hoek van de coulissen om de kogel (nog net binnen oogzicht van het publiek) weg te leggen. In het geheim ruilde hij hem daar razendsnel om voor een tweede, identieke zilveren kogel die wél massief was. De voorstelling ging verder en aan de kogel werd geen aandacht meer besteed. Maar de ogenschijnlijk nutteloze verwisseling bleek in feite een meesterzet van de geniale Abbott. In het publiek zat namelijk altijd wel een nieuwsgierige toeschouwer die zodra zijn gastheer de zaal had verlaten, stiekem het podium op sloop om de kogel te onderzoeken. De goochelaar had deze immers ‘per ongeluk’ in het zicht gelaten – wat een buitenkansje! Bij nadere inspectie kwam de toeschouwer er vervolgens zelf achter dat het hier echt om een ongeprepareerde en bovendien loodzware kogel ging. Hier moest wel magie in het spel zijn geweest!

Het voorspelbare gedrag en de daaropvolgende totale verbijstering van de toeschouwer laat mooi zien dat de beste leugen die er bestaat, de leugen is die iemand tegen zichzelf vertelt. Omdat de toeschouwer het idee had dat hij zélf op het idee was gekomen de kogel te onderzoeken (en daarmee de goochelaar te slim af was), leek ook de conclusie die hij uit zijn onderzoek trok waterdicht.

Eenzelfde toepassing van dit concept zien we bijvoorbeeld terug bij Inception (2010), de kaskraker van topregisseur Christopher Nolan. In deze film moet Leonardo DiCaprio proberen zijn tegenspeler het bedrijf van zijn vader te laten opsplitsen, een onmogelijke opgave. Het lukt Leonardo uiteindelijk toch. Hoe? Door zijn tegenspeler (weliswaar via zijn slaap, een techniek waar ik zelf helaas alleen maar van kan dromen) het idee te geven dat hij zélf op de gedachte is gekomen dat het beter is als hij het bedrijf van zijn vader opsplitst.

Ook in het dagelijks leven kan zo’n concept van meerwaarde zijn. Of u nou als marketeer uw reclameboodschap wilt laten aanslaan, of als arts uw patiënt de beste behandelkeuze wilt laten maken: geef de persoon in kwestie altijd het gevoel dat hij zelf tot de gewenste conclusie is gekomen. Zo’n conclusie zal vervolgens niet meer snel in twijfel worden getrokken.

Tot slot: diegenen onder u die het nu jammer vinden te weten dat Abbotts zwevende kogel aan een draadje hing, adviseer ik op YouTube eens ‘Flying David Copperfield’ op te zoeken. Houd daarbij in het achterhoofd dat Copperfield wellicht dezelfde methoden gebruikt als Abbott, en merk op dat die realisatie waarschijnlijk niks afdoet aan uw beleving van de act. Het illustreert mooi dat als de schoonheid van een dergelijk hoog niveau is, de bij een truc zo vaak gestelde vraag ‘Hoe doet hij dat?’ er weinig meer toe doet, en er slechts een adembenemende illusie overblijft, die resoneert in het publiek. En met dat inzicht kunnen we van illusies zowel blijven leren als genieten.’

Victor Mids

Psychologisch illusionist; afgestudeerd arts; oprichter Neuromagic

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven



Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Wende

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Wende. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Festina Lente

In een documentaire over zijn werk vertelt theaterregisseur Robert Wilson dat hij als klein jongetje flink stotterde. Er was maar weinig aan te doen, geen behandeling sloeg werkelijk aan, totdat eens een logopediste hem dwong zo traag mogelijk te spreken. Aldus genas hij langzamerhand van zijn handicap. Het proces van dit vertragen had, zei Wilson, de vruchtbare bodem gelegd voor zijn manier van theater maken.

Wat mij opvalt aan begaafde performers en acteurs zoals bijvoorbeeld Tilda Swinton of Tom Waits: ze lijken nooit haast te hebben. Ik durf te beweren dat de groten der aarde de tijd in handen hebben omdat zij bewust of onbewust het vermogen bezitten zich ongelofelijk goed te concentreren. En doordat zij de tijd beheersen, kunnen ze mij de tijd doen vergeten.

Een aantal jaren nadat ik was afgestudeerd aan de kleinkunstacademie vertelde een van mijn leraren dat hij mij tijdens mijn auditie voor de opleiding het liefste had willen vastbinden aan een stoel. Dit was geenszins een impertinente opmerking van de goede man; hij schetste daarmee slechts het ongeleide projectiel dat ik toentertijd was. Omdat mijn energie alle kanten op vloog, kwam het lied maar met moeite over het voetlicht. Gelukkig hebben ze me toch aangenomen en het heeft me jaren aan training gekost om gericht een verhaal te kunnen vertellen op een podium.

Simpel gezegd hebben ze me op de academie geleerd hoe ik me moest concentreren. Ik moest leren de afleiding van datgene wat op dat moment niet ter zake deed, buiten te sluiten. Ze trainden me volledig aanwezig te zijn in de situatie. Daarvoor moest ik de tijd opnieuw leren kennen. Om dit te bereiken moest ik opnieuw in mijn lichaam leren wonen; ik moest opnieuw leren ademen, opnieuw leren staan en opnieuw leren lopen, stap voor stap. Ik moest de tijd toe durven laten en de tijd durven nemen. Hierdoor ontstond ruimte om te kunnen luisteren; om een situatie te zien, te horen, te voelen zoals die is en om van daaruit te handelen.

Concentratie is een basisingrediënt voor magie. Door concentratie komt een verhaal directer en transparanter bij het publiek binnen omdat er geen ruis op de lijn zit. Het publiek wordt meegezogen in deze focus, het wordt meegenomen in wat er verteld wordt en komt zo meer in contact te staan met het verhaal. Als het mij als performer lukt om in volle concentratie op het podium te staan, kan ik het publiek maximaal betoveren.

In het dagelijkse leven laat ik mij graag verlokken door allerlei vormen van afleiding. De uitbundige prikkels van buitenaf zijn veelal een perfecte aanleiding om vol de versnippering in te duiken. De komst van het internet en de mobiele telefoon hebben het scala van potentiële verstrooiing nog eens aanzienlijk vergroot. Het gevaar dreigt dat ik uiteindelijk opgefokt, gehaast en oppervlakkig maar wat langs alle gebeurtenissen fladder en dat alles tezamen verwordt tot een brij vage voorvallen waar ik toevallig ook bij betrokken ben geweest.

Ik ben ervan overtuigd dat een verhoogde aandacht de kwaliteit van de verbinding met een situatie verbetert. De momenten waarin ik volledig aanwezig ben geweest staan mij het meest helder voor de geest en ze hebben mij geworteld. Ik word me meer en meer bewust van de enorme hoeveelheid keuzes die er te maken zijn op een dag, in een week, in een jaar, in een leven.

De technieken die ik leerde vanuit mijn verlangen op een podium te staan, zijn ook daarbuiten toepasbaar. Het helpt me om in de achtbaan van impulsen contact te maken met het moment en mijn omgeving; het verrijkt mijn beleving in de tijd en met mensen.

Wende

Zangeres, performer en theatermaker; winnares van o.a de Annie M.G. Schmidtprijs en de Gouden Harp; laatste album: Last Resistance (2013)

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Thomas van Aalten

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Thomas van Aalten. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Faal en verwonder u

Het is beslist geen populair verschijnsel, maar ik ben een verwoed aanhanger van falen en verwonderen. Wie faalt (en hiervan leert) en wie zich verwondert, voelt zich beter dan iemand die op zijn strepen staat, bij voorbaat alles van een ander wegwuift, de buitenwereld cynisch bejegent of simpelweg woedend wordt. Als schrijver mag ik behalve graag falen mij ook graag verwonderen.

Natuurlijk zal ik mij niet zo snel verwonderen wanneer een wildeman zonder vooraankondiging op mijn gezicht slaat, of wanneer een boosaardige chauffeur mij afsnijdt, maar toch is de reactie ‘Hm, wat zullen we nu krijgen?’ altijd effectiever dan bandeloos terugslaan of claxonneren, hoewel dat meestal wel onze primaire reactie is.

Als er iets naars gebeurt (een ruzie, een afwijzing, een teleurstelling of erger: een ramp, een oorlog, een moord), maar ook als er een handgemeen op straat plaatsvindt, heb ik mij aangeleerd mij zo snel mogelijk te verwonderen.

Dat klinkt misschien raar, en het is niet op elke situatie toepasbaar (zeker niet als het te dichtbij komt), maar we zijn misschien wel te veel getraind om te denken in goed en fout: ‘Dit deugt niet’, of ‘Wat een klotezooi’, of in een positieve situatie: ‘Hebbes’, of ‘Yes!’ Dat zit in onze natuur. Maar dat kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Wie zich eerst verwondert en zich afvraagt wat de situatie nu precies is, is misschien wat trager, maar reageert ook minder vanuit de onderbuik.

Het moderne leven is vaak ingericht op een stelsel van goed en fout. Het lijkt soms wel een stroomschema. Er is maar weinig ruimte voor ‘Tja, zou kunnen, moet ik over nadenken’. Ik kijk er als docent van op hoe ons onderwijsveld en onze maatschappij zijn ingericht op de negatieve effecten van falen: boete en straf zitten ons steeds vaker op de hielen. Studenten zijn getraind om aan elkaar te vragen: ‘Hoeveel fouten had je?’ in plaats van elkaar te vragen hoeveel vragen zij goed hadden, of aan te geven in hoeverre zij de stof wel (of niet) beheersen.

Maar geef ze eens ongelijk: aan het einde van de rit, als zij hun diploma halen, is de excellente student met een matrix van hoge cijfers en een LinkedIn-profiel dat uit de voegen barst, het aantrekkelijkst voor de arbeidsmarkt. (Denken ze. Een goede stukadoor heeft tegenwoordig een grotere kans op een aardige baan dan iemand die op academisch niveau Europese Studies heeft gedaan, schat ik zo in.)

Ik keek laatst naar een documentaireserie over een middelbare school, en de leraren vergaderden als boekhouders: ze bespraken het minimale gemiddelde om die en die scholier over te laten gaan. Over mensen ging het niet.

Ik snap het wel, ‘Je moet ergens een grens trekken’. Maar soms is het goed om vragen te stellen bij die grens. Misschien zie je het verkeerd.

Falen, op menig gebied, maakte mij een sterk mens, en steeds bleef ik mij verwonderen over de oorzaken. Zo heb ik mijn rijbewijs gehaald, zo heb ik mijn boeken kunnen schrijven, zo voed ik mijn kinderen op, door mij immer af te vragen, vrij naar Barend Servet: ‘Hoe kan dat nou?’ Er is niets mis met zwaktes erkennen. Vaak kun je die dan compenseren of juist verrijken met je krachten.

Het is iets anders als je het over de ruggen doet van duizenden of miljoenen slachtoffers; een dictator kan niet ineens ‘Sorry!’ roepen na uitgedokterde genocide. Een topambtenaar die zaken verduistert, dient niet ongestraft te blijven zodra hij heeft geroepen: ‘Hoe kan dat nou!’ Maar politici of kabinetten mogen best fouten maken, als ze het maar ruiterlijk toegeven en ervan leren.

De nabije toekomst wordt al eeuwen met argusogen bekeken door cultuurfilosofen en essayisten: ‘Het gaat de verkeerde kant op.’ We zakken steeds verder de afgrond in, met apocalyptische gevolgen. Ik geloof in herstel na falen, berusting na verwondering en actie na verbazing. Voor mij als schrijver is dat ook nog eens heel erg bruikbaar.

In de rij van de kassa kan ik mij niet kwaad maken over de traagheid van de caissière of het oponthoud vanwege een bejaarde die niet weet dat hij alleen maar kan betalen met pinpas. Ik verwonder mij en berust in de situatie. Ik ben vermoedelijk een van de weinigen.

Ik zie de ongelukkig ogende schepsels zich voortslepen, zuchtend en steunend, de boodschappentrolley vol met mild geprijsde vleeswaren en slecht bier. En voilà, ik ben weer geïnspireerd.

Thomas van Aalten

Columnist en schrijver van zeven romans, waarvan Leeuwenstrijd (2014) de meest recente; Hbo-docent bij de opleiding Media, Informatie en Communicatie, Hogeschool van Amsterdam

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van René Daalder

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van René Daalder. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Code is het nieuwe Esperanto

Toen ik naar Amerika verhuisde, kwam ik voor het eerst in aanraking met een ‘thesaurus’. In Nederland had ik nooit gehoord van een synoniemenwoordenboek dat de gebruiker aanspoort tot een genuanceerder taalgebruik door naar verwante woorden te verwijzen. Wij moesten het toentertijd nog doen met de Dikke van Dale, die opvallend veel dunner was dan het Franse equivalent, Le Petit Larousse – een veelzeggend verschil dat recht evenredig leek te zijn met de rijke, Franse literaire traditie en het Hollandse gebrek daaraan.

Daarentegen schiet het Frans vaak hopeloos tekort in zijn eigentijdse woordenschat door bijvoorbeeld aan een laptop te refereren als een ‘ordinateur portable’. Hollanders hebben daar minder last van omdat ze vrijelijk Engelstalige termen gebruiken of vernederlandsen; een voorbeeld is het nieuwerwetse werkwoord ‘computeren’.

In het tijdperk van de globalisering en het internet is de wereld veeltaliger dan ooit. Zo is mijn woonplaats Los Angeles in de loop der tijden een steeds meer polyglotte stad geworden met een grotendeels tweetalige bevolking en kinderen die vanwege de vele gemengde huwelijken vaak zelfs drietalig worden opgevoed, waarbij de Engelse taal meestal de culturele toon zet. Zoals men in Amerika zegt: ‘Geography is destiny’, en taal is in dat opzicht een essentiële factor. Ook in mijn eigen Amerikaanse emigrantenbestaan speelde de allure van de Engelse taal een cruciale rol als de meest adequate expressie van de internationale Zeitgeist waar ik altijd naar op zoek ben.

In de negentiende eeuw werd een heldhaftige poging gedaan om de wereld een universele taal te geven. Die taal zou bekend worden als ‘Esperanto’. Het doel was om een eenvoudig te leren politiek neutrale taal te creëren die niet gebonden zou zijn aan nationaliteit en die onderling begrip tussen mensen teweeg zou brengen, onafhankelijk van hun moedertaal of het allesoverheersende Engels.

Het was een mooi idee, maar ondanks het feit dat er wereldwijd naar schatting tussen de 1 en 2 miljoen mensen Esperanto spreken, geeft men in Brussel toe dat ‘badly spoken English’ de officiële voertaal is van de EU, en hetzelfde kan gezegd worden over tientallen andere internationale organisaties. Bovendien is Engels onmiskenbaar de toonaangevende taal van zowel de wereldwijde populaire cultuur als de technologische vooruitgang, waarin Californië al jarenlang een grote rol speelt.

Het is dan ook geen toeval dat de Babylonische spraakverwarring waarmee de mensheid eeuwenlang geworsteld heeft juist hier met snelle schreden ongedaan gemaakt wordt door vooruitstrevende bedrijven zoals Google, wiens Google Translate-software in staat is om realtime schriftelijk en mondeling tekst te vertalen van en naar vijftig verschillende talen, inclusief synoniemen, gezegdes, en niet te vergeten, vijftig Arabische varianten voor het woord ‘kameel’. Zo zou je kunnen zeggen dat de programmeertaal die ten grondslag ligt aan de Google-vertaalprogramma’s alle mensen op aarde in staat stelt om moeiteloos met elkaar te communiceren.

Inmiddels heeft ook Microsoft een bijdrage geleverd aan het afbreken van de taalbarrières tussen verschillende culturen, geïnspireerd door de sciencefiction van Star Trek en A Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. Zo is bijvoorbeeld de door Microsoft ontwikkelde ‘Skype-gespreksvertaler’ geïnspireerd door de fictieve Universal Translator uit Star Trek, die in eerste instantie tot doel had de volkeren van deze planeet in contact te brengen met elkaar en buitenaardse wezens.

Bovendien heeft Google zojuist de app ‘Word Lens’ gekocht, die ons in staat stelt om via een smartphone krantenkoppen, affiches, verkeersborden en advertenties te vertalen met behoud van de oorspronkelijke lay-out en lokale typografie. Met andere woorden: we zijn op dit moment in staat de hele wereld visueel en auditief te ‘vertalen’ met behulp van onze mobiele telefoon.

Vandaar de suggestie om aan de lange lijst van ’s werelds gevestigde talen een nieuwe overkoepelende taal toe te voegen in de vorm van de programmeercode die de hierboven genoemde technologische fenomenen mogelijk maakt.

In het licht van de hedendaagse globalisering is het interessant dat steeds meer Amerikaanse kinderen naast lezen, schrijven en rekenen nu al op de kleuterschool les krijgen in het programmeren van computers, met het veelbelovende vooruitzicht om reeds op prille leeftijd miljonair te worden. Zo ontstaat er alsnog een universele taal waardoor alle volkeren en culturen met elkaar kunnen communiceren volgens de utopistische idealen van het Esperanto en het universele vertaalprogramma uit Star Trek.

Maar er is één ironische twist: de programmeer-‘code’ die ten grondslag ligt aan dit ‘nieuwe Esperanto’ is volledig geschreven in het Engels, en het onvermijdelijke devies voor aankomende programmeurs elders in de wereld is dan ook: ‘Learn English before you learn code…!’

René Daalder

In Los Angeles woonachtige filmmaker, futurist en digitale pionier

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Diederik Jekel

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Diederik Jekel. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Soms heb je geen gelijk

Een bètastudie – zoals in mijn geval natuurkunde – verandert op ingrijpende wijze je leven en dus óók je dagelijks leven. Wetenschap is namelijk niet een gereedschapskist vol droge feiten, maar een manier van kijken. Het vormt je en leert je methoden om op een zuiver objectieve manier de wereld om je heen te begrijpen. Niets is meer vanzelfsprekend en je intuïtie wordt grondig herschreven. Je kunt namelijk echt overtuigd zijn van iets wat helemaal niet waar hoeft te zijn. Ik ben bang dat iedereen dat heeft. Of je nu wetenschapper, putjesschepper, acteur of journalist bent. Iedereen gelooft wel in iets wat stiekem niet waar is. Het hoort bij mens-zijn.

Mensen (onder wie ikzelf uiteraard) hebben van nature de neiging om vast te houden aan datgene waar ze al in geloven. Het is veel moeilijker om een standpunt te laten varen waar je al van overtuigd was, dan om een nieuwe waarheid te accepteren. Mensen zijn zo geprogrammeerd dankzij millennia aan evolutie. Als je elke keer aan jezelf twijfelt, word je gek. Overtuigd zijn van je eigen gelijk stelt je in staat om vlug te handelen. In de jungle vol met wilde dieren en gevaar is dit een zeer nuttige eigenschap. Er zijn echter tegenwoordig niet heel veel situaties meer waarbij een split second decision het verschil kan maken tussen leven en dood.

Het gevolg is, grof gezegd, dat mensen informatie die hun gevoel of overtuiging bevestigt zullen onthouden, en informatie die hun standpunt tegenspreekt zullen negeren. Dit wordt een ‘confirmation bias’ genoemd en het is één van de grootste valkuilen binnen wetenschappelijk onderzoek. Het levert allerlei overtuigingen op die heel logisch klinken maar stiekem helemaal niet waar hoeven te zijn. Twee voorbeelden die vrij onschuldig zijn, steken elke maand weer hun kop op.

Zo hoor ik heel regelmatig vrouwen praten over het fenomeen dat menstruatiecycli synchroon gaan lopen wanneer een aantal vrouwen langere tijd bij elkaar is. Ik heb vrouwelijke huisgenotes gehad en meerdere vriendinnen die daarvan overtuigd zijn. Maar is het wel zo? Passen menstruatiecycli zich aan elkaar aan? Er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan en het blijkt simpelweg niet waar te zijn. Maar waarom gelooft men daar dan in?

Wanneer de ene vrouw ongesteld is en ze ziet dat haar vriendin dat ook is, wordt ze gesterkt in haar hypothese dat er een natuurlijk mechanisme is dat die cycli synchroon doet lopen. Is de ander echter niet ongesteld, dan zal haar dat nauwelijks opvallen. Omdat niet elke vrouw hetzelfde is, en niet elke cyclus even lang duurt, zal gelijktijdige menstruatie per toeval best eens voorkomen, maar er zit geen biologisch fenomeen achter.

Een tweede confirmation bias ontstaat bij volle maan. Er leeft een idee dat mensen zich dan raar gaan gedragen. Dat het aantal moorden toeneemt en er veel ongelukken plaatsvinden. Zusters en politieagenten die hierin geloven en een volle maan zien, zullen denken dat er die nacht weer veel gekke dingen gaan gebeuren. En elk vreemd voorval zullen ze zien in het licht van de maan. En dat terwijl dergelijke beroepsgroepen elke nacht rare dingen meemaken, maar die worden dan afgedaan als toeval. Zo wordt elke maand weer voor hun gevoel bevestigd dat de vollemaan een effect heeft op menselijk gedrag.

Let wel, dit zijn onschuldige voorbeelden, maar een confirmation bias kan ook nare consequenties hebben. Er zijn best wat mensen in Nederland die wantrouwig staan ten opzichte van etnische minderheden. Zodra een overval gepleegd wordt door een bepaalde bevolkingsgroep zullen ze gesterkt worden in hun geloof dat die bewuste bevolkingsgroep niet deugt. Ze registreren het niet in hun hoofd wanneer een blanke Hollandse jongen een overval pleegt, maar wel als het bijvoorbeeld een Turkse jongen is. Ze worden dus selectief gesterkt in hun overtuiging.

Wij hebben allemaal overtuigingen in ons leven, en ze lijken allemaal ontzettend logisch. Bewijs voor ons standpunt is overal, maar dat komt voornamelijk omdat we door de roze bril van ons eigen gelijk kijken. Tijdens mijn wetenschappelijke studie probeerden allerlei professoren mij die bril af te nemen, en nog altijd is het afzetten ervan een dagelijkse strijd die nooit ophoudt.

Ik denk dat een stukje wetenschappelijk onderwijs over bijvoorbeeld dit soort zaken op elke middelbare school aan bod zou moeten komen. Dat je goed en rustig leert nadenken en niet verzandt in je eigen angsten, vooroordelen of overtuigingen zonder daar heel goed bewijs voor te hebben.

Diederik Jekel

Presentator en redacteur voor diverse wetenschappelijke programma’s op radio en televisie; auteur van Bèta voor alfa’s (2014)

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven.

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Het inzicht van Dick Swaab

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Dick Swaab. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Juist omdat de vrije wil slechts een illusie is, hebben we vrijheid nodig

Door onze genetische achtergrond en de daaropvolgende hersenontwikkelingsprocessen zijn we allemaal verschillend. De variatie in al onze eigenschappen is groot en van immens belang: het was immers de motor van de evolutie. De discussie of een eigenschap door ‘aanleg’ of ‘omgeving’ tot stand is gekomen, is achterhaald. Onze hersenen komen vanaf de conceptie tot ontwikkeling door een intensieve interactie tussen de genetische aanleg en de omgeving die in de baarmoeder vooral chemisch is en na de geboorte vooral sociaal. Op het moment van onze geboorte zijn door de ontwikkelingsprocessen de hersenen van ieder kind al uniek. Zelfs als de genetische achtergrond identiek is, zoals bij een eeneiige tweeling, hebben hun hersenen bij de geboorte al een andere structuur waardoor ze later een verschillend karakter hebben.

Onze hersenen zijn te complex om zich te ontwikkelen op basis van onze genetische informatie alleen. Ze ontwikkelen zich als een complex, zelforganiserend systeem, waardoor in een chaotisch systeem spontaan structuren ontstaan. Dit principe vind je overal in de natuur, van mierenhopen tot zwermen van spreeuwen. Er wordt in ons brein een overmaat gemaakt aan cellen, vezels en contacten. Vervolgens vindt een competitie plaats waarbij de verbindingen die het beste functioneren winnen. Als cellen een intensief functioneel contact met elkaar hebben, gaan zij met elkaar permanente verbindingen aan. Is het contact zwak, dan zal het verdwijnen, en hiermee verdwijnen ook de bijbehorende hersencellen. Celdood is een normaal proces tijdens de hersenontwikkeling. Dit proces van ‘survival of the fittest’ wordt ‘neuronaal darwinisme’ genoemd.

Vervolgens worden onze hersenen geprogrammeerd door informatie uit de zintuigen en uit het lichaam van het kind en door de hormonen van het kind in de baarmoeder. Door de hormoonwerking op de zich ontwikkelende hersenen worden onze gender­identiteit – het gevoel man of vrouw te zijn – en onze seksuele oriëntatie reeds voor de geboorte vastgelegd in de structuur van onze hersenen. Daar kan de sociale omgeving na de geboorte dan ook geen invloed meer op hebben. Kinderen van twee lesbische moeders of twee homoseksuele vaders hebben niet meer kans om homoseksueel te worden dan kinderen die door een heteroseksueel echtpaar worden grootgebracht. Noch de Russische wetgeving, die ervan uit lijkt te gaan dat je kinderen niet bloot mag stellen aan homoseksualiteit, alsof dit besmettelijk is, noch het standpunt van sommige kerken dat homoseksualiteit een verkeerde keuze is, heeft enige wetenschappelijke basis.

Door een combinatie van onze genetische achtergrond, het zelforganiserend vermogen van de hersenen en hun vroege programmering worden onze karaktereigenschappen, talenten en beperkingen al voor een belangrijk deel tijdens de vroege ontwikkeling vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor onze seksuele differentiatie, het ochtend- of avondmens zijn, neurotisch, agressief, antisociaal en non-conformistisch gedrag, maar ook voor de kans die we lopen op hersenziekten zoals schizofrenie, autisme, adhd, depressie en verslaving. Na de geboorte heeft het leren van de moedertaal een sterke invloed op de structuur en functie van vele hersensystemen. We hebben allemaal een bepaalde mate van spiritualiteit, dat is de ontvankelijkheid voor religie, die voor 50 procent genetisch is bepaald. Na de geboorte wordt onze spiritualiteit door de lokale religie ingeprogrammeerd. Alle ontwikkelingseffecten hebben een kritische periode waarin ze een plaats moeten vinden. Daarna liggen ze verankerd in de structuur van de hersenen. De bouw van onze hersenen die tijdens de ontwikkeling tot stand is gekomen, bepaalt hun functie voor de rest van ons leven: wij zijn ons brein. Wij zijn dus niet vrij om te veranderen van gender­identiteit, seksuele oriëntatie, het niveau van onze agressie, van karakter, religie of moedertaal, en experimenten betreffende de ‘Vrije Wil’ laten zien dat de beslissingen die we wél kunnen nemen ook al niet vrij zijn. Mijn conclusie is dat juist omdat de vrije wil slechts een illusie is, we vrijheid nodig hebben. We kunnen slechts plezierig leven als we de vrijheid krijgen ons sociale leven aan te passen aan de wijze waarop ons brein zich heeft ontwikkeld, dat wil zeggen als hetero-, homo- of biseksueel, man, vrouw of transseksueel – in al hun variaties. De belangstelling voor en de optimale uitvoering van ieder beroep, of dit nu boekhouder, ceo, musicus, verpleger, wetenschapper is of kapper, vraagt ook om een bepaalde structuur van ons brein. Tevens moet er voor de pechvogels met een laag IQ plaats zijn in simpele baantjes.

De vrijheid van een individu kan echter alleen zo ver gaan als er geen belangrijke schade wordt toegebracht aan anderen in de samenleving. Voortbordurend op Spinoza zou ik willen stellen dat het de plicht van de staat/de politiek is om die vrijheid voor ieder individu te garanderen.

Dick Swaab

Hoogleraar Neurobiologie Universiteit van Amsterdam & Zhejiang University, Hangzhou (China); voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek; publicist en auteur van Wij zijn ons brein (2012)

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven.

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

Nederland in ideeën 2015

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Sander Ruys, de oprichter en uitgever van Maven Publishing. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling.

Underpromise and overdeliver

Een van de dingen die mij het meest opvielen toen ik begon met ondernemen, was dat je zo veel beloftes moet doen. Je belooft je investeerders dat je geld gaat verdienen, je klanten dat ze waar voor hun geld krijgen en je leveranciers dat ze op tijd betaald zullen krijgen. Je belooft je gezin dat je ondanks alle drukte voldoende thuis zult zijn, je moeder dat je haar niet zult vergeten en je werknemers dat het harde werk en het lage salaris de moeite waard zullen zijn. En impliciet beloof je je concurrenten natuurlijk een pak slaag.

Ook wordt er vanaf het begin door iedereen in je omgeving een balans bijgehouden met aan de ene kant wat je belooft en aan de andere kant wat je waarmaakt. Je begint gelukkig met een klein tegoed op de balans, het voordeel van de twijfel. Daarna is het zaak om dit tegoed zo veel mogelijk ten positieve uit te bouwen. Maar hoe doe je dit? Een belofte nakomen is namelijk als een lening die terug wordt betaald: het effect is neutraal. ‘Alles wat al verwacht is, zit verdisconteerd in de waarde,’ zal ook je boekhouder je vertellen. Voor een gevestigd bedrijf is dit misschien geen probleem, maar voor een ondernemer die iets nieuws probeert te creëren, zit er niets anders op: je moet een betere prestatie leveren dan beloofd. Je moet positief verrassen. Wie dit structureel doet oogst vele voordelen: je kunt betere afspraken maken met leveranciers, je klanten zijn talrijker en trouwer en je werknemers zijn gelukkig en gedreven. Je kunt je meer op je kernactiviteiten richten en hebt meer kans op succes.

De juiste verhouding vinden tussen wat je belooft en wat je waarmaakt is echter lastig: wie te veel belooft is even interessant maar raakt al snel oververhit en brandt op, wie te weinig belooft valt onvoldoende op en dooft langzaam uit. De meeste succesvolle ondernemers hebben met elkaar gemeen dat het voor hen een tweede natuur is om altijd nét iets beter te presteren dan van ze verwacht wordt; dan dat ze hebben beloofd. Ze voeren dit door in elk aspect van hun onderneming: of het nu gaat om een product dat net iets beter werkt dan in de beschrijving staat, een rekening die vroegtijdig betaald wordt of een evenement dat programmapunten bevat die van tevoren niet zijn aangekondigd. Dit is ook de reden dat startende bedrijven vaak zo sympathiek en inspirerend zijn. Sympathiek omdat ze zich meer bewust lijken te zijn van het vertrouwen dat ze hebben gekregen en inspirerend omdat ze er alles aan doen om hun omgeving positief te verrassen.

Ook in het dagelijks leven kun je dit nastreven. Vraag je af hoe je in elke situatie net iets meer kunt doen dan verwacht. Beloof voldoende om het voordeel van de twijfel te krijgen en los vervolgens in met rente. Underpromise and overdeliver: het is sympathiek en inspirerend en je zult zien dat alles makkelijker gaat. Ik beloof het je.

Sander Ruys

Ondernemer; oprichter Maven Publishing

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven.



Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

De online tentoonstelling bij Nederland in ideeën

gaat op 17 november van start.

Nog even geduld alsjeblieft!

In de tussentijd kun je hier meer lezen over Dit wil je weten, of de voorganger van dit boek: Nederland in ideeën.

Van wie kan jij advies verwachten?

In Dit wil je weten geven maar liefst 93 toonaangevende denkers antwoord op 1 vraag:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

Check hierboven van wie jij allemaal advies kunt verwachten!


Dit wil je weten
verschijnt half november bij Maven Publishing.

Maven Puzzling!

Het schijnt dat het ooit een traditie was om achter in academische publicaties een kruiswoordpuzzel te plaatsen. Het oplossen van de puzzel leverde een codewoord op waarmee men kon bewijzen de publicatie gelezen te hebben. Toen wij dit hoorden vonden we het meteen een prachtig idee. Dat we nergens bewijs voor deze traditie kunnen vinden (wie helpt ons?) heeft ons er niet van weerhouden het door te voeren in onze eigen uitgaven: voortaan staat daarom achter in onze boeken een kruiswoordpuzzel die alleen door de aandachtige lezer op te lossen is. Want, zoals de grondleggers van de traditie ook gedacht moeten hebben: ‘een boek is maar een boek, tot het gelezen wordt’.

Achterin Dit is het mooiste ooit, Dit wil je weten, Allemaal beestjes, Hap slik weg, In Einsteins achtertuin, Je bent wat je doet, Een goede manager zaait verwarring, Eerste hulp bij emoties, Schaarste en Nederland in ideeën staat zo’n kruiswoordpuzzel. Heb jij een van deze boeken gelezen en de puzzel gemaakt? Stuur ons dan je antwoord en maak kans op een kilo Maven-boeken!

Wat moet je doen?

1. Schakel je puzzelbrein in en los het kruiswoordraadsel op achter in de boeken
(Gewetensbezwaren tegen het schrijven in boeken? Download de puzzels door hieronder op de cover te klikken!)

2. Stuur een e-mail naar puzzel@mavenpublishing.nl met daarin:

– De titel van het boek dat je gelezen hebt
– De oplossing
– Je naam en adresgegevens

De winnaars krijgen vanzelf bericht. Veel puzzelplezier!

Maven Puzzling

Met grote dank aan onze puzzelmaker Wim de Weerdt.

Eén reactie op “Dit wil je weten”

  1. u4fifa.com says:

    u4fifa.com…

    I have no idea what you have said…

Plaats een reactie