Vers van de pers

Katja wast zich een week niet

We douchen elke dag, wassen onze handen tig keer, zijn verslaafd aan lekker ruiken. Maar moeten we elke bacterie bestrijden met liters zeep? En wat gebeurt er als we dat niet doen? In Katja’s Bodyscan praat Katja Schuurman met bacterie-expert Jop de Vrieze van Allemaal beestjes. Samen spreken ze af dat Katja een week lang niet zal douchen, om haar bacteriën onder te loep te kunnen nemen. Benieuwd hoe Katja ruikt na deze week?

New Business Radio spreekt Scrum-grondlegger Jeff Sutherland

Glenn van der Burg van New Business Radio spreekt elke week een auteur van een actueel managementboek.
In deze aflevering is dat Jeff Sutherland, de grondlegger van Scrum.

Pimp je presentatie met technologie

Ben je benieuwd op welke manier spreken in het openbaar zich de komende jaren zal ontwikkelen? Deze nieuwe presentatieformats worden je aanbevolen door TED-vader Chris Anderson.
Lees hier meer.

Ontdek: hoe eyetrackers de wereld gaan veranderen

Gezien al deze bevindingen is het geen wonder dat er veel toekomst zit in toepassingen die gebruikmaken van eyetracking.

Apparaten die oogbewegingen meten, de zogenaamde ‘eyetrackers’, worden steeds geavanceerder. Eyetrackers gebruiken infraroodcamera’s om de bewegingen van het oog te kunnen meten. Deze apparaten worden steeds goedkoper en kleiner: tien jaar geleden was de aanschaf ervan nog een flinke investering: een goede eyetracker kostte zeker een paar duizend euro. Nu is dat anders, er zijn al goed presterende eyetrackers voor 100 dollar op de markt. Ze geven misschien geen meting die op de millimeter nauwkeurig is, maar dat hoeft in veel gevallen ook helemaal niet. Wanneer je alleen maar wilt weten naar welk object iemand kijkt, is een foutmarge van een centimeter op een computerscherm meestal geen groot probleem.

Door de lagere kosten en de mogelijkheden die eyetrackers bieden, is het te verwachten dat ze in de toekomst in
veel communicatiemiddelen verwerkt zullen worden, zoals mobiele telefoons, tablets en laptops. Wanneer je weet waar een gebruiker naar kijkt, kun je heel gemakkelijk informatie op zo’n manier aanbieden dat hij of zij ernaar zal kijken. Daarbij weet je dan ook naar welke informatie een gebruiker niet heeft gekeken. Denk eens aan een auto met daarin een eyetracker. De auto kan dan de bestuurder waarschuwen bij gevaarlijke situaties waarin het duidelijk is dat de gebruiker de ogen niet op de weg heeft. Een bestuurder die in slaap aan het vallen is, kan door een dergelijk systeem zelfs worden gewekt.
Je kunt op basis van de oogbewegingen ook achterhalen welke taak de gebruiker aan het uitvoeren is. De oogbewegingen van een gebruiker die iets leest, zien er heel anders uit dan die van een gebruiker die iets aan het zoeken is.
Denk eens terug aan de eerdere beschrijvingen over de ideale advertentie. Als je door middel van de oogbewegingen kunt achterhalen of een gebruiker een groot of een klein zoeklicht heeft, kun je de advertenties daarop aanpassen.

Goedkope eyetrackers bieden ook mogelijkheden voor de besturing van computers via oogbewegingen. Stel, je bent een taart aan het bakken en hebt vieze vingers. Een systeem waarmee je door een webpagina kunt navigeren door middel van je ogen is dan bijzonder handig. Twee keer knipperen voor dubbelklikken enzovoort. Een dergelijk systeem is natuurlijk niet alleen handig als je vieze vingers hebt.
Ook mensen die geen muis meer kunnen bedienen of een scherm aanraken, kunnen er hun voordeel mee doen.
Wanneer we een systeem moeten activeren door middel van een drukknop, zit er een vertraging tussen de beslissing om een knop in te drukken en het daadwerkelijk indrukken van de knop. Een ingebouwde eyetracker maakt het mogelijk dat een systeem zich al kan voorbereiden op een bepaalde actie voordat de knop wordt ingedrukt. Stel, het kost na het indrukken van de knop 500 milliseconden voordat een landing van een vliegtuig wordt ingezet. Voordat de knop wordt ingedrukt, zullen de ogen al gericht zijn op de knop en 200 milliseconden later zal de knop ook daadwerkelijk worden ingedrukt. Op basis van de oogbewegingen van een piloot kan de vertraging van 500 milliseconden worden verkort doordat het landingssysteem al wordt geactiveerd voordat de knop wordt ingedrukt. Uiteraard moet in zulke gevallen het proces worden afgebroken als de knop uiteindelijk
niet wordt ingedrukt, maar een dergelijk systeem kan zeker een tijdsbesparing opleveren.

De eerste tablets met eyetrackers komen nu op de markt. Apple heeft in 2015 een patent toegewezen gekregen dat het mogelijk zal maken om de cursor door middel van de ogen te besturen. Het zal dan ook niet heel lang meer duren of Apple gaat de kwalitatief goede camera’s in zijn telefoons en tablets gebruiken om onze oogbewegingen te meten. Waarom nog pagina’s omslaan met je vinger op je tablet als je een e-book aan het lezen bent? De eyetracker herkent als je aan het einde van de pagina bent en zal de pagina automatisch voor je omslaan.
Eyetrackers kunnen bij lezen sowieso heel goed toegepast worden. Er is veel onderzoek dat laat zien dat mensen die moeite hebben met lezen een heel ander oogbewegingspatroon laten zien dan goede lezers. Ze springen vaak terug naar eerder gelezen woorden, kijken naar de verkeerde plek binnen een woord en hebben langere fixatietijden (de tijd die het oog stilstaat op een woord). Oogbewegingen worden nu nog amper gebruikt bij het stellen van de diagnose van leesproblemen, maar de komst van goedkope eyetrackers zal de intrede van dergelijke middelen in de klinische praktijk zeker versnellen. Veel mensen die moeite hebben met lezen, hebben problemen om een goed tempo vast te houden tijdens het lezen omdat ze zich niet kunnen ‘ankeren’ aan de woorden. Ook daar kan een eyetracker zijn nut bewijzen.
We lezen horizontaal en van links naar rechts, maar moeten aan het einde van de regel helemaal naar het begin van de volgende regel. Een minder goede lezer heeft moeite om de oogbeweging naar de juiste plek te maken. Een eyetracker kan helpen door in de gaten te houden wanneer een lezer aan het einde van de regel is en op dat moment een korte flits te presenteren aan het begin van de volgende regel. De ogen worden dan automatisch getrokken naar de juiste plek waardoor het lezen verbetert. Het volgen van de oogbewegingen van goede lezers kan zo een minder goede lezer helpen te achterhalen welke plekken in een zin het meest efficiënt zijn om naar te kijken.

Oogbewegingen kunnen daarnaast gebruikt worden om bepaalde neurologische aandoeningen te detecteren. Uit
studies blijkt dat bepaalde oogbewegingspatronen typisch zijn voor aandoeningen zoals ADHD, de ziekte van Parkinson en de Foetaal Alcohol Spectrum Disorder (FASD), een aandoening waarbij een kind mentale problemen heeft (zoals een slecht geheugen) omdat de moeder tijdens de zwangerschap vaak alcohol heeft gedronken. De oogbewegingen die gemaakt worden tijdens het kijken naar de televisie gedurende een periode van twintig minuten, gebruiken onderzoekers als een biomarker voor deze aandoeningen. Net zoals bij bijvoorbeeld speeksel- en neuropsychologische tests of MRI-scans, zit er in het oogbewegingspatroon een biometrische handtekening die door een algoritme herkend kan worden. De voordelen van het meten van oogbewegingen vergeleken met andere biomarkers is dat het goedkoop en simpel is. Televisiekijken is een taak die geen uitleg nodig heeft en dus ook niet verkeerd begrepen kan worden, zoals bijvoorbeeld het geval is bij andere gedragstaken. Dit is vooral een voordeel bij jonge kinderen of oudere mensen.

Hoe minder uitleg je in dergelijke gevallen hoeft te geven, des te beter. Een computationeel model van visuele aandacht was op basis van de oogbewegingen in staat om kwantitatieve eigenschappen uit de oogbewegingen te halen, waarmee slimme algoritmes de kritieke eigenschappen van een bepaalde aandoening konden achterhalen.
We zullen in de toekomst dus nog veel meer dan nu oogbewegingen gebruiken om te interacteren met onze omgeving, en om neurologische aandoeningen te diagnosticeren en eventuele problemen te verhelpen. Oogbewegingen zijn zo geschikt omdat ze onze toegang tot de visuele wereld zijn.

Kijk naar iemands oogbewegingen en je weet hoe iemand de wereld ervaart. Een kind met ADHD maakt heel andere oogbewegingen dan een kind zonder ADHD. Allerlei hogereorde-cognitieve problemen komen immers samen in de beslissing waar iemand een oogbeweging naartoe maakt. Deze beslissing heeft vervolgens weer invloed op verdere beslissingen, omdat deze gebaseerd zullen zijn op welke visuele informatie het brein oppikt. Zo bepaalt onze cognitie onze oogbewegingen en bepalen de oogbewegingen weer onze cognitie.

De aansturing van onze oogbewegingen maakt deel uit van een prachtig systeem, waar we veel van kunnen leren. Het hele systeem lijkt soms wel een metafoor voor het echte leven. De beslissing om een oogbeweging naar een bepaalde plek te maken gebeurt snel, maar kan ook snel weer gecorrigeerd worden als dat nodig blijkt. Op het moment dat het oog vertrekt is alleen een initiële richting bekend; het exacte eindpunt wordt tijdens de oogbeweging berekend. Het oogbewegingssysteem houdt in de gaten wat het verschil is tussen het gewenste eindpunt van de oogbeweging en de initiële richting. Wanneer de oogbeweging vervolgens op een verkeerde plek terecht is gekomen, bijvoorbeeld doordat die aangetrokken is door een afleider, kan er heel snel een nieuwe
oogbeweging worden geprogrammeerd. Hierdoor wordt maar heel kort de afleider gefixeerd en kunnen de ogen bijna direct weer door naar de correcte locatie. Het oogbewegingssysteem maakt dus geen uitgebreid overwogen beslissing, maar is gericht op een zo snel mogelijke uitvoering waarbij eventuele fouten onderweg snel worden gecorrigeerd. Net als soms in het echte leven.

Ontdek: hoe jij het zou doen als bagagecontroleur op Schiphol

Als je zelf eens wilt proberen hoe je het doet als bagagecontroleur, kun je Airport Scanner spelen. Dit is een gratis app waarin de speler de taak heeft om gevaarlijke objecten te vinden in scans van bagage. Dit spel is een enorm succes en heeft op dit moment miljoenen gebruikers. Het wordt gedeeltelijk gefinancierd door de Amerikaanse overheid, die maar al te blij is met de ongelooflijke hoeveelheid kennis die het spel oplevert. Ook onderzoekers werken mee aan het spel en recentelijk zijn de eerste wetenschappelijke publicaties verschenen met data van een miljard zoektaken.
Omdat veel gebruikers verslaafd zijn aan dit spelletje, zijn er gebruikers die al duizenden zoektaken gedaan hebben. Hierdoor zijn de onderzoekers in staat om bepaalde objecten heel erg weinig te laten voorkomen (in minder dan 0,15% van de zoektaken). Zoiets kun je helemaal niet in het laboratorium testen, omdat proefpersonen na tientallen uren testen allang gillend zijn weggerend. Reken maar uit dat voor een waarschijnlijkheid van 0,1% er duizend zoektaken nodig zijn om een object één keer te laten voorkomen. Om een goede uitspraak te kunnen doen over de prestatie bij een dergelijk zeldzaam object heb je dan minimaal twintigduizend zoektaken nodig. Door dit spelletje zijn deze data nu beschikbaar en is aangetoond dat zulke objecten inderdaad erg vaak door spelers/controleurs worden gemist.

Ontdek: hoe radiologen een gorilla kunnen missen op een röntgenscan

Bij het beoordelen van een scan moet een radioloog alle relevante plekken op alle röntgenfoto’s bestuderen. Dit kan niet in één keer. Om deze taak goed uit te voeren moet een radioloog de scans een voor een bekijken en op elke scan de verschillende plekken een voor een inspecteren. Een tumor valt namelijk niet op zoals bijvoorbeeld een groene sinterklaas tussen een groepje rode hulpsinten. Een tumor heeft niet een compleet andere kleur dan de rest van het weefsel en ook de vorm is niet direct afwijkend. Sterker nog, het is extreem moeilijk om afwijkend weefsel te detecteren en het leertraject vereist jaren van training en medische kennis.

Je zou misschien verwachten dat dat ervoor zorgt dat radiologen superexperts worden in het inspecteren van de visuele wereld. Zij zouden toch geen gorilla missen die door het beeld loopt?
Om deze vraag te onderzoeken werd een studie uitgevoerd waarbij radiologen longscans moesten beoordelen op de aanwezigheid van kwaadaardig weefsel. Wat de radiologen niet wisten, was dat er een plaatje van een boze gorilla in de scans was geplaatst. Dit plaatje had de grootte van een luciferdoosje. Zo’n boze gorilla is een zeer ongebruikelijk visueel element in een scan, net zoals de gorilla in het filmpje met de twee teams die aan het basketballen zijn. De resultaten waren verbluffend. Net zoals bijna niemand de gorilla opmerkt in het filmpje, miste 83% van de radiologen de gorilla in de scans.
Dit resultaat kan verklaard worden door de taak die de radiologen moesten uitvoeren. Zij waren immers op zoek naar weefsel met bepaalde visuele eigenschappen en niet naar een gorilla. Wanneer kleur en vorm van het gorillaplaatje in de scans sterk zou lijken op de eigenschappen van afwijkend weefsel zou het door veel meer radiologen zijn gevonden. Dit is belangrijke kennis voor de opleiding tot beroepen waarbij zeer zorgvuldig gezocht moet worden naar bepaalde visuele objecten, zoals bij radiologen, maar ook bij bewakingspersoneel dat camerabeelden afzoekt naar bedreigende situaties. De instructie die je iemand meegeeft tijdens het zoeken zorgt ervoor dat al het andere vaak niet zal worden opgemerkt. Er is zelfs een geval bekend waarbij meerdere radiologen, internisten en artsen op de spoedeisende hulp niet in staat waren om een achtergelaten geleidedraad in een dijbeenader op te merken die duidelijk zichtbaar was op drie verschillende CT-scans. Wat je vindt, hangt dus af van wat je zoekt (dit geldt voor veel zaken in het leven, maar ik betrek het hier alleen op visueel zoeken).

Niet alleen wat je zoekt is van belang, maar ook hoe je zoekt. Dezelfde wetenschappers die onderzoek deden naar de gorilla op de röntgenfoto’s, hebben ook gekeken naar hoe radiologen scans bekijken. Door het meten van de oogbewegingen van radiologen tijdens het bekijken van scans, achterhaalden zij dat er twee verschillende strategieën zijn die radiologen gebruiken: er zijn ‘drillers’ en ‘scanners’. Drillers nemen één locatie op het scherm en werken zich vervolgens een weg door de verschillende scans. Als ze met deze locatie klaar zijn, nemen ze een nieuwe plek en gaan dan weer door alle scans heen. Scanners zoeken daarentegen uitgebreid op een enkele scan voordat ze naar de volgende scan gaan. Zij bekijken een enkele scan dus vaak maar één keer. Radiologen gebruiken vaak dezelfde strategie tijdens het werk zonder gebruik te maken van de andere strategie.
Het onderzoek liet zien dat drillers in totaal een groter gedeelte van de scans afzochten dan scanners en ook beter scoorden in het opzoeken van afwijkend weefsel. Dit soort kennis kan waarschijnlijk in de toekomst gebruikt worden om radiologen beter op te leiden. Het meten van oogbewegingen wordt bijvoorbeeld steeds goedkoper en eenvoudiger, waardoor het mogelijk zal worden radiologen te trainen efficiënt te zoeken en ook in te grijpen als een radioloog op de verkeerde manier zoekt of een gedeelte van de scans vergeet te doorzoeken. De oogbewegingen kunnen namelijk vertellen in welke gedeeltes van de scans een radioloog nog niet gezocht heeft.

Ontdek: waarom brandweerauto’s beter niet rood kunnen zijn

Als je wilt dat een object door een gebruiker snel wordt geïdentificeerd, moet je dat object dus zichtbaar én opvallend maken. Kinderen leren al op jonge leeftijd dat brandweerauto’s rood zijn. Sterker nog, als mensen wordt gevraagd om objecten te noemen die typisch rood zijn, is de kans groot dat ze een brandweerauto noemen. Maar is die rode kleur eigenlijk wel zo handig? Zelfs als je rekening houdt met de gevaarlijke aspecten van het rijgedrag van een uitrukkende brandweerauto, zijn er nog steeds opvallend veel ongelukken waar brandweerauto’s bij betrokken zijn. Toen ze voor het eerst op de weg verschenen, waren er nog maar weinig rode auto’s, maar dat is tegenwoordig wel anders. Omdat de kleur rood voor een auto niet meer een hele afwijkende kleur is, zal een brandweerauto dus minder opvallend zijn dan vroeger. Natuurlijk zijn er andere trucs om weggebruikers te alarmeren op een brandweerauto, zoals het gebruik van sirenes of lichtsignalen. Een slimme aanpassing die veel wordt toegepast is het gebruik van gele reflectoren of wit/blauwe strepen. Op deze manier wordt geprobeerd het onderscheid met andere auto’s te vergroten.

Een radicalere beslissing zou zijn om brandweerauto’s een compleet andere kleur te geven. Dit moet dan wel gepaard gaan met een goede overheidscampagne, om mensen zo snel mogelijk te laten wennen aan het nieuwe uiterlijk. In Amerika hebben ze deze verandering in enkele staten al doorgevoerd. Daar rijden citroengele brandweerauto’s rond, niet echt een gewilde kleur voor auto’s of andere objecten in de omgeving van wegen. In 1997 reden zowel rode als citroengele brandweerauto’s rond in Dallas, Texas, zodat het aantal ongelukken waarbij beide types betrokken waren, kon worden vergeleken. Wat bleek? De citroengele brandweerauto’s waren bij minder ongelukken betrokken dan de rode brandweerauto’s. Het citroengeel viel veel meer op en zorgde ervoor dat weggebruikers zich vaker, en waarschijnlijk ook eerder, bewust waren van de aanwezigheid van de brandweerauto.

Ambulances hebben in Nederland overigens een zwavelgele kleur (RAL 1016) die erg lijkt op de nieuwe kleur van de brandweerauto’s in Amerika. Er wordt op gelet dat ambulances goed blijven opvallen. Je mag niet zomaar rondrijden met een kleurstelling die lijkt op die van een ambulance. Zo zijn de dierenambulances, die min of meer dezelfde kleurstelling hadden als die van echte ambulances, in het verleden op de vingers getikt en is er gedreigd met bekeuringen als die niet zou worden aangepast. Ook bepaalde de rechtbank in Zutphen in 2012 dat een beveiligingsbedrijf de strepen van de auto’s moest verwijderen omdat die te veel leken op de strepen op politieauto’s. Hoewel de kleurcombinatie niet eens overeenkwam met die van de politie, oordeelde de rechtbank dat de dikte en de oriëntatie, maar ook de witte achtergrond, ervoor zou kunnen zorgen dat weggebruikers de verschillen niet gemakkelijk opmerken. Opmerkelijk detail uit dit vonnis is overigens dat de politiewoordvoerder tijdens het kort geding de suggestie deed om dan maar zonnebloemen op de auto’s van het beveiligingsbedrijf te zetten. Een goede suggestie, maar misschien niet bevorderlijk voor het stoere imago van een beveiligingsbedrijf.

Ontdek: waarom het onmogelijk is voor een scheidsrechter om buitenspel te zien

Op 21 juni 2014 speelt Bosnië en Herzegovina tijdens het WK voetbal in de poulefase tegen Nigeria. Het Bosnische team moet winnen om kans te blijven maken op de tweede plek in de poule en daarmee op deelname aan de tweede ronde van het toernooi. Het is het eerste WK voor Bosnië en Herzegovina en het hele land volgt de wedstrijd dan ook gespannen.
Het wordt een zinderende avond. Alle ogen van het land zijn gericht op Edin Džeko, de lange spits van Manchester City en topscorer van zijn nog zo prille land. In de 21ste minuut van de eerste helft scoort hij een slimme goal op aangeven van Pjanić . Hij schiet de bal keihard langs de kansloze keeper. Het zuivere doelpunt wordt echter afgekeurd wegens
buitenspel. Op de tv-beelden wordt direct duidelijk dat dit onterecht is. Er is geen enkele sprake van buitenspel. Acht minuten later maakt Nigeria de 1-0. Het elftal van Bosnië en Herzegovina blijft de hele wedstrijd moedig vechten, maar scoren lukt niet meer; ze zijn uitgeschakeld. Het hele land is woest, maar kan niets anders doen dan accepteren dat het is bestolen van een glaszuiver doelpunt. Uiteindelijk lukt dit, maar pas nadat de grensrechter in de kranten en via de gebruikelijke sociale kanalen voor van alles is uitgemaakt.

Het is wellicht een beetje vreemd om een boek over onze waarneming te beginnen met een voorbeeld uit de voetballerij, maar als je weet dat enkele simpele observaties uit de wetenschap duidelijk maken dat de taak van een grensrechter eigenlijk onmogelijk is, kijk je er anders tegenaan. Voor het goed bepalen of een speler buitenspel staat, moet een grensrechter beoordelen of de voorste speler van een elftal achter de laatste verdediger staat op het moment dat de bal naar deze voorste speler gespeeld wordt. Dit wist je natuurlijk al, maar het is misschien goed je te realiseren dat een grensrechter dan naar twee verschillende plekken moet kijken.

Op het moment dat de bal gespeeld wordt, moet een grensrechter namelijk weten of de voorste speler achter de laatste verdediger staat. Aangezien een pass in het algemeen over een afstand van een aantal meter wordt gegeven, vallen beide belangrijke plekken niet binnen één blikveld.
Een grensrechter moet dus een oogbeweging maken van de plek van de bal naar de plek van de voorste aanvaller. Aangezien het uitvoeren van een grote oogbeweging wel 200 milliseconden kan duren en spelers continu in beweging zijn, is de hele situatie al veranderd op het moment dat de grensrechter de oogbeweging van de ene naar de andere plek heeft gemaakt.

Sommige grensrechters hebben hier iets op gevonden: ze kijken naar de voorste speler, maar proberen het geluid van de vertrekkende bal op te pikken. Een schot gaat namelijk gepaard met een geluid en de grensrechter kan de locatie van de voorste speler beoordelen op het moment dat hij het geluid hoort. Maar als dit al lukt in een luidruchtig stadion, is het geen oplossing voor alle visuele problemen van een grensrechter. Kijk je weleens naar roeien? Het is zonder het trekken van een rechte lijn op het beeld bijzonder moeilijk te zien wie er voorop ligt op het moment dat de boten en de camera in beweging zijn. Pas met een rechte lijn en een stilstaande camera wordt de positie van de Holland Acht duidelijk. Dit heeft te maken met de manier waarop visuele informatie in de verte op ons netvlies wordt geprojecteerd. Een aanvaller die op één lijn staat met een verdediger rechts van hem, lijkt een stukje voor te lopen. Een grensrechter zal nu ten onrechte vlaggen voor buitenspel. Dit is andersom als de verdediger links van de aanvaller loopt en de aanvaller buitenspel staat. De aanvaller zal in de ogen van de grensrechter op één lijn staan met de verdediger, met als gevolg dat de grensrechter niet vlagt voor buitenspel, terwijl het dat wel was.

Het interessante van dit voorbeeld is dat dit binnen de wetenschap al eeuwenlang bekend is. Natuurlijk is dit niet specifiek voor voetbal onderzocht, maar kennis over oogbewegingen en de manier waarop visuele informatie op ons netvlies wordt geprojecteerd, is waarschijnlijk al ouder dan het voetbalspel zelf. Wetenschappelijke kennis over de menselijke waarneming geeft een verklaring voor allerlei problemen in ons dagelijks leven en kan helpen dergelijke problemen te voorkomen, en zeker niet alleen bij het nauwkeurig vaststellen van buitenspel.

Machines die denken @ De Balie

Waar staan we eigenlijk als het op Kunstmatige Intelligentie aankomt?
Op 4 april organiseerden we samen met De Balie een avond over ‘Machines die denken‘.

Meer zien? Check hier de hele videoregistratie van de avond.

Olav de Maat op Radio 1

Voordringen in de rij, afval op straat gooien en bumperkleven: de wereld lijkt vol met hufterig gedrag. Hoe komt dat toch? En wat kunnen we eraan doen? Olav de Maat verklaart het bij het Radio1-programma Langs De Lijn En Omstreken.

Beluister hier het item waarin Olav de Maat een en ander vertelt over hufterig gedrag.