Vers van de pers

Hoe internet je manier van denken verandert

Ik heb mijn geheugen uitbesteed

‘Het ging zo geleidelijk dat het me eerst niet opviel. Achteraf gezien was het al aan de gang vóór de komst van internet. De eerste symptomen ontsieren nog steeds de boeken in mijn bibliotheek. Elk ezelsoor staat voor een leemte in mijn geheugen. Ik probeerde niet een passage in het boek, of een belangrijke statistiek te onthouden, maar ik nam de gemakkelijkere weg: markeren waar de informatie stond. Elk ezelsoor is een metageheugen, een verwijzing naar een idee dat ik wilde onthouden, terwijl ik er tegelijkertijd te lui voor was.

Door internet werd deze gewoonte de belangrijkste manier om kennis op te slaan. Terwijl het web groeide, zwollen mijn browsers met bookmarks – informatie die ik belangrijk vond, maar niet wilde onthouden. Toen zoekmachines volwassener werden, deed ik zelfs niet meer aan bookmarks. Ik vertrouwde er gewoon op dat AltaVista, Hotbot en later Google me zouden helpen ideeën te vinden en onthouden. Mijn metageheugen, de verzameling verwijzingen naar ideeën, werd langzamerhand vervangen door meta-metageheugen – verwijzingen naar verwijzingen naar gegevens. Dagelijks groeide dit metageheugen in mijn brein, verwijzingen naar verwijzingen naar verwijzingen, op plekken waar ideeën of feiten zouden moeten zitten.

Tegenwoordig berg ik minder op in het labyrint van mijn brein, en meer in de grote hoop van mijn vaste schijf. Daardoor kost het indelen – zorgen dat ik het allemaal weer kan terugvinden – net zo veel tijd als het vergaren van de informatie. Mijn geheugen zit in mappen, in mappen in mappen. Gemakkelijk toegankelijk en gemakkelijk op te zoeken, als mijn metageheugen mij in de steek laat (met andere woorden: als ik niet meer weet waar ze staan). Als een bestand beschadigd raakt, heb ik alleen een verwijzing over, een leegte waar een idee zou moeten zitten, een geest van een gestorven gedachte…’

Charles Seife is hoogleraar journalistiek aan de New York University, voormalig journalist van het tijdschrift Science en auteur van Proofiness: The Dark Arts of Mathematical Deception.


Uit: Hoe verandert internet je manier van denken?: 170 denkers geven antwoord


Wat hebben we te danken aan punten, komma’s en spaties?

De Renaissance. Ruim 2000 jaar lang bestond tekst uit een aaneenschakeling van woorden zonder grammatica of leestekens. De lezer las de tekst hardop voor en probeerde door naar zijn eigen stem te luisteren de betekenis te ontcijferen. De invoering van leestekens rond 1300 A.D. zorgde ervoor dat teksten nu veel complexere ideeën konden bevatten zonder onleesbaar te worden. Hierdoor ontstond een intellectuele stroomversnelling die uitmondde in de Renaissance. #weetje

Uit: Het ondiepe: hoe onze hersenen omgaan met internet


Waarom mislukken de meeste boekpromoties?

Volgens marketing-goeroe Mark Earls mislukken de meeste boekpromoties omdat ze mensen individueel proberen aan te spreken om iets te lezen. We realiseren ons onvoldoende dat de meeste beslissingen gebaseerd worden op onbewust kopieergedrag. Dit is waarom in de winkel een grote poster vaak minder goed werkt dan een plank met ‘favorieten van medewerkers’. #weetje

Uit: De ultieme kudde: het begrijpen en beïnvloeden van massagedrag


4 Mavenachtige boekentips voor de zomer

Pepijn Vloemans, die voor ons tweewekelijks De Maven samenstelt (dé nieuwsbrief met de mooiste inzichten in menselijk gedrag), wijst je deze zomer graag op 4 populair-wetenschappelijke boeken die je niet mag missen. Niet ván Maven, wel Maven-esque!

1) Don’t Even Think About It – George Marshall

Meer broeikasgassen = opwarming van de aarde. Tot zover de natuurkunde. Het is de psychologie die het vervolgens moeilijk maakt: de verhitte gemoederen in klimaatdebatten worden veroorzaakt door oeroude instincten. De subtitel van dit boek is dan ook niet voor niets: ‘Why Our Brains Are Wired to Ignore Climate Change’. Lees dit boek van George Marshall als je wilt weten hoe mensen écht denken. Ook als klimaatverandering je niet interesseert, biedt dit boek een twintigtal korte hoofdstukken met inzichten in de menselijke psyche. Inclusief tips over hoe je om kunt gaan met die ene oom die klimaatverandering een groot groen complot vindt.
Kijk ook Marshalls TEDTalk!

2) All Natural – Nathanael Johnson

Schrijver Nathanael Johnson is het kind van hippies, maar wel een met een rationele en nieuwsgierige geest. De ondertitel van dit boek luidt dan ook: ‘A Skeptic’s Quest to Discover If the Natural Approach to Diet, Childbirth, Healing, and the Environment Really Keeps Us Healthier and Happier’. Dit levert een geweldig genuanceerd boek op waarin controversiële onderwerpen – zoals natuurlijk bevallen, inentingen en rauwe melk – evenwichtig worden benaderd en onderzocht. Elk hoofdstuk was een aha-moment voor mij. Zo ben ik zelfs rauwe melk gaan waarderen. Lees dit boek!

PS Johnson is ook sterschrijver van een van de beste eco-sites van het web, grist.org

3) Smarter than Us – Stuart Armstrong

Lees deze ultrakorte en grappige introductie op de gevaren en het potentieel van kunstmatige intelligentie. Stuart Armstrong, onderzoeker bij het gerenommeerde Machine Intelligence Research Institution, weet als geen ander de tegenintuïtieve toekomst van slimme machines te schetsen zonder in saai jargon te vervallen. Hoe moeten we bijvoorbeeld gaan communiceren met een computer die veel slimmer is dan wij? Want als je kunstmatige intelligentie vraagt om kanker te genezen is het niet de bedoeling dat het de mensheid uitvagen als oplossing ziet. Voor de e-readers onder ons: het e-boek kost maar $3.51 als Kindle-editie op Amazon.

4) Triumph of the City – Edward Glaeser

Meer dan de helft van de mensheid woont in een stad, en dat is goed nieuws. Steden zijn de beste (meta-)uitvinding van de mensheid, omdat ze de sociale kant van mensen vergroten. We worden creatiever, rijker en slimmer van contact met andere mensen – en nergens zitten er zo veel mensen opeengepakt als in steden. In dit prachtige boek beschrijft Harvard econoom Edward Glaeser hoe steden zich ontwikkeld hebben (met een glansrol voor New York) en waarom hoogbouw de toekomst heeft. Vol met prachtige inzichten waardoor ik nog meer van steden ben gaan houden.

Nog meer leesvoer nodig? No worries! Klik hier voor een overzicht van alle Maven-boeken.

Waarom dierproeven bijna op pensioen kunnen

‘Als je naar de dokter gaat en hij schrijft een recept uit, dan ga je ervan uit dat het voorgeschreven medicijn veilig is. Er kunnen misschien enkele bijwerkingen optreden, vermeld in de bijsluiter, maar je verwacht niet dat je zomaar dood zou kunnen gaan na het eerste pilletje. Hoe weet je dat zo zeker? Dat komt omdat al onze medicijnen vooraf uitgebreid getest worden op veiligheid. Die tests worden hoofdzakelijk gedaan op dieren. Alleen al in Groot-Brittannië zijn er jaarlijks 475.290 tests nodig op muizen, cavia’s, ratten, konijnen, honden en apen om alle medicijnen die op de markt komen te controleren op veiligheid. Zo’n proces is langdurig – het duurt vaak meer dan tien jaar – en de kosten zijn hoog: gemiddeld twee miljard euro om een nieuw medicijn op de markt te brengen. Het grootste deel van de kosten zit hem in het vaststellen van de veiligheid voor mensen, en vooral of er bijwerkingen zijn voor het hart, lever of nieren: die organen zijn bijzonder gevoelig. Bepaalde soorten chemotherapie zijn uitermate geschikt voor het behandelen van borstkanker, maar tien jaar na dato ontwikkelen sommige vrouwen ernstig hartfalen. Of nog erger: er treedt een plotse hartdood op. Het hart slaat dan ineens op hol na inname van één pilletje dat goed uit veiligheidstests kwam (in het verleden het geval bij bepaalde afslank- of slaapmiddelen) en binnen een paar minuten houdt het helemaal op met kloppen. In die gevallen is het middel veel erger dan de kwaal.

Een medicijn mag alleen op de markt komen als het getest is op dieren. Ondanks alle proeven om de veiligheid te onderzoeken, zowel in het laboratorium op gekweekte cellen als in ‘slapende’ of wakkere dieren, is dit echter geen garantie dat het veilig is voor mensen. We weten niet altijd of er ernstige bijwerkingen zullen optreden en waarom de ene patiënt wel last van bijwerkingen krijgt en de andere niet. Als we weer het hart als voorbeeld nemen: een van de redenen dat bijwerkingen van medicijnen bij dieren anders zijn dan bij mensen is dat dieren en mensen gewoon verschillend zijn wat betreft het hart. Niet alleen in grootte. Een muizen- of rattenhart, bijvoorbeeld, klopt ongeveer 500 keer per minuut, terwijl een menselijk hart dat maar 60 keer doet. En als een kat achter een muis aan jaagt, trekt het hart van die muis zich daar helemaal niets van aan: het blijft gewoon 500 keer per minuut kloppen. Bij een mens is dat heel anders: als die achternagezeten wordt door een tijger, klopt zijn hart zeker twee tot drie keer zo snel. Mensen hebben een heel andere fysiologie dan (veel) dieren en dus zijn dieren soms helemaal niet geschikt om medicijnen voor mensen te testen.

Is deze wijze van testen of een medicijn veilig is voor mensen daarom een methode die bij het grofvuil kan? En deugt de wet die dierproeven voorschrijft dan niet?

Ja en nee. Er zijn experimenten waar dieren absoluut bij nodig zijn. Denk aan vragen zoals wat een bepaald gen doet bij de ontwikkeling van een embryo of hoe een tumor ontstaat en zich verspreidt door het lichaam. Maar als een dierenhart en een mensenhart zo van elkaar verschillen, dan is het toch ook geen wonder dat er af en toe onveilige medicijnen door onze veiligheidstests glippen?

Sinds een paar jaar begint het duidelijk te worden dat we voor het hart mogelijk een beter alternatief hebben. Dat zijn menselijke hartcellen afkomstig van stamcellen. De stamcellen kunnen ‘embryonale’ zijn, afkomstig van restembryo’s die overblijven na een vruchtbaarheidsbehandeling, maar het kunnen ook zogenaamd ‘geïnduceerd pluripotente stamcellen’ zijn, afgekort als iPS-cellen. In 2007 ontdekte een Japanse onderzoeker, Shinya Yamanaka, dat je van gewone lichaamscellen echte stamcellen kon maken. Dit wetenschappelijk ‘trucje’ was zo origineel en bijzonder dat Yamanaka daarmee in 2012 de Nobelprijs heeft gewonnen. In het laboratorium zijn deze iPS-cellen in staat alle cellen in het menselijk lichaam te maken: niercellen, levercellen maar ook hartcellen. In feite alle celtypen die gevoelig zijn voor toxische effecten van medicijnen. En wat blijkt: de menselijke hartcellen, gemaakt van iPS-cellen, zijn heel goed in staat om bijwerkingen van medicijnen op te sporen. Veel medicijnen die onterecht door dierproeven heen glipten, worden er zo uitgepikt. Ze doen het nu zo goed dat de fda (de organisatie in de Verenigde Staten die voorschrijft welke tests gedaan moeten worden voordat een medicijn op de markt toegelaten wordt) zegt dat ze bij voorkeur binnen twee jaar alle medicijnentests met deze hartcellen willen doen. Dat zou een heel grote bijdrage zijn aan het verminderen van dierproeven. Niet gedreven door de idealistische doelen van dierenbescherming en -welzijn, wat natuurlijk heel nobel is, maar geboren uit het idee dat er betere alternatieven zijn. In ieder geval voor dit doeleinde. En dat geldt ook voor nier-, lever- en andere cellen van stamcellen. Als acceptatie van deze stamceltests toeneemt, kunnen die wellicht ook dienen voor testsystemen om milieuvervuiling, chemicaliën gebruikt in de landbouwindustrie, voedingsstoffen en cosmetica-intolerantie op te sporen.

Kunnen dierproeven om bijwerkingen van medicijnen op te sporen met pensioen? Bijna.’

Christine Mummery is stamcelbioloog en hoogleraar ontwikkelingsbiologie aan het Leiden Universitair Medisch Centrum. Daarnaast is zij auteur van Stem Cells: Scientific Fact and Fiction. Bovenstaande bijdrage schreef zij voor het boek Wetenschappelijk onkruid dat bij Maven Publishing verscheen.


Gabriel Wyner spreekt tijdens PINC-conferentie

Gabriel Wyner, operazanger én wetenschapper, ontwikkelde een nieuwe methode om talen te leren. Daarbij maakt hij gebruik van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over hoe onze hersenen werken. Wyner, zelf vloeiend in Engels, Duits, Frans, Russisch en Italiaans, beschrijft zijn onderzoek en resultaten in het boek De taalhacker. Op de PINC-conferentie gaf Wyner een exclusieve lezing.

Lees hier alles over de PINC-conferentie en bekijk Wyner’s lezing, inclusief Rachmaninoff’s ‘Dream’, gezongen door de talenman zelf. Uiteraard in vlekkeloos Russisch!


Jop de Vrieze zilver bij ‘European Science Writer of the Year 2015′

Wat zijn we trots! Maven-auteur Jop de Vrieze is door de Association of British Science Writers (ABSW) als tweede uit de bus gekomen bij de European Science Writer of the Year 2015-verkiezing. Bij Maven Publishing verscheen van Jop’s hand Allemaal beestjes, waarin hij op safari gaat langs de miljarden bacteriën van het menselijk lichaam.

Maand van het spannende boek: Brein in brand!

Op een dag wordt journaliste Susannah Cahalan wakker in het ziekenhuis. Ze ligt vastgebonden aan haar bed, staat onder strenge bewaking en kan niet bewegen of praten. Ze beeldt zich in dat ze met haar hersenen mensen ouder kan maken en hallucineert dat haar vader zijn vrouw heeft vermoord.
Ze is gek geworden.

Een paar weken daarvoor was ze nog kerngezond: een ambitieuze, succesvolle journaliste, met een prille relatie en zeer gelukkig in haar appartementje in New York.

In Brein in brand beschrijft de 24-jarige Cahalan het meeslepende verhaal over haar ‘maand van waanzin’. Hoe het begon met kleine dingen: ze werd achterdochtig en beeldde zich dingen in. En hoe het steeds erger werd: ze werd eerst gewelddadig, daarna catatonisch en begon langzaam af te glijden naar de dood. Artsen en familie waren ondertussen verwikkeld in een wanhopige medische speurtocht naar de oorzaak. Een briljante neuroloog ontdekte op het laatste moment dat Cahalan leed aan een auto-immuunziekte waarbij haar lichaam haar brein aanviel. Het betekende haar redding.

Omdat juni de maand van het spannende boek is, tippen wij de New York Times-Bestseller Brein in brand!
Dit fascinerende verhaal leest als een medische thriller met, de inmiddels weer gezonde, Cahalan als detective.


Jonathan Gottschall op de bank bij Jinek

Jonathan Gottschall is een universitair docent in een midlife crisis als tegenover zijn saaie kantoor een sportschool voor kooivechten wordt geopend. Hij besluit zijn leven om te gooien; hij begint met trainen als kooivechter.

Een goede gelegenheid om zijn wetenschappelijke studie over geweld verder uit te breiden, maar meer nog de ultieme kans om antwoord te krijgen op zijn prangende vraag: ben ik in staat iets moedigs te doen? Als kind werd de kleine Gottschall gepest en vermeed hij elk gevecht. Was dat nu anders? Het levert een bijzonder boek op: ‘Echte mannen vechten’.

Bij Jinek op de bank praat Gottschall erover.