Vers van de pers

Nicholas Carr bij RTL Toekomstmakers

Nicholas Carr, auteur van De glazen kooi, in gesprek met Hella Hueck bij RTL Toekomstmakers.

Carr legt uit wat automatisering met ons doet en brengt de voor- én nadelen in beeld van deze belangrijkste trend van dit moment.
Kijk het item hier terug (vanaf 11.40 min.).

Van wie kan jij advies verwachten?

In Dit wil je weten geven maar liefst 93 toonaangevende denkers antwoord op 1 vraag:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

Check hierboven van wie jij allemaal advies kunt verwachten!


Dit wil je weten
verschijnt half november bij Maven Publishing.

Henk Verhoeven recenseert De glazen kooi

Robotisering, Google die met zelfrijdende auto’s komt, expertsystemen die beter in staat zijn medische diagnoses te stellen dan artsen dan kunnen; technologie is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven en dringt daar ook steeds nadrukkelijker in door. Technologie lijkt soms een autonome kracht die niet te stoppen is. Nicholas Carr behoort zeker niet tot de technologiepessimisten die vooral gevaren zien in de nieuwste manieren waarin techniek ons leven bepaalt, maar hij mag ook zeker niet tot de categorie kritiekloze vooruitgangsdenkers gerekend worden. In zijn boek De glazen kooi schildert Carr een uiterst genuanceerd maar tegelijk ook verontrustend beeld van de invloed van techniek op ons leven, en vooral van de ongewilde invloed. Hij behandelt een breed scala aan economen, technologen en filosofen die nagedacht hebben over de impact van machines, apparaten en software op ons bestaan en wat de economische en maatschappelijke gevolgen allemaal kunnen zijn. Hiermee geeft een boek een goed overzicht over de actuele discussie op dit gebied. Wat zijn boek echter uniek maakt, is de focus op de psychologische gevolgen van techniek op ons leven. Techniek neemt taken, functies en werkzaamheden van ons over die we vroeger zelf uitvoerden, en dit betekent onherroepelijk dat we die vaardigheden ook langzaam zullen verwaarlozen. Carr schetst het voorbeeld van Inuit die over bijzondere vaardigheden beschikken om zich in ijsvlaktes en in kustwateren met steeds wisselende ijsformaties, toch adequaat te kunnen oriënteren. Met de komst van GPS systemen, dreigen jonge Inuit deze vaardigheden in rap tempo te verliezen waarmee een bijzonder cultureel element van dit volk verdwijnt. Net zo zal navigatiesystemen in onze auto’s ons eigen navigatievermogen verzwakken. Enerzijds is dit niet erg – wie maalt erom dat we de kunst om een stenen vuistbijl te maken niet meer beheersen? – maar anderzijds (en dit toont Carr op een zeer indringende manier aan) zijn bepaalde skills ook gerelateerd aan soms heel andere kwaliteiten in soms heel andere domeinen die we wel degelijk nodig hebben. Architecten die van geautomatiseerde tekenprogramma’s gebruik maken verliezen een stuk van hun creativiteit (waardoor de machine dus de limiet van onze kunstzinnigheid bepaalt), artsen die onvoorwaardelijk terugvallen op medische expertsystemen verwaarlozen hun intuïtie en piloten die alleen nog als hulpje-in-nood naast de automatische piloot in de cockpit aanwezig zijn, zien hun vermogen in noodsituaties nog werkelijk adequaat in te grijpen met sprongen dalen. Technische hulpmiddelen maken ons dus ook dommer, zwakker en onhandiger en we blokkeren oefenmogelijkheden voor onszelf voor domeinen waarin deze skills nog wel broodnodig zijn. Voor dergelijke indirecte en langetermijneffecten is doorgaans weinig oog en Carr schudt ons met zijn boek op dit punt hardhandig wakker.

Het boek van Carr leest lekker weg. Het is vlot geschreven met vele voorbeelden, citaten van wetenschappers, ondernemers en filosofen en vooral veel praktische anekdotes. Toch gaat dit niet ten kosten van de meer fundamentele boodschap die het boek bevat. Meer dan definitieve antwoorden te geven maakt Carr ons attent op de wezenlijke vragen die we moeten beantwoorden. Technologie mag nooit vanzelfsprekend zijn; zoveel is wel duidelijk. Met de Glazen Kooi is de discussie over de invloed van techniek op ons leven zeker niet afgerond, maar het draagt wel een aantal nieuwe en fundamentele gezichtspunten bij aan deze discussie. Alleen om die reden al een boek dat het meer dan waard is gelezen te worden. Een echte aanrader dus.

Henk Verhoeven is docent Toegepaste Psychologie en publiceerde in 2013 bij Maven Oerganisatie. De evolutie van samenwerking, van mierenhoop tot multinational.

De robot aan de poort: ‘De machine moet de slaaf van de mens worden, en niet andersom’

■■■

In het begin van de jaren 50 schetste de populaire politiek cartoonist Leslie Illingworth in het Britse satirische tijdschrift Punch een onheilspellend beeld. In de schemering van wat zo te zien een stormachtige herfstdag is, zien we hoe een arbeider angstig uit de deur van een niet nader benoemde fabriek naar buiten kijkt. In één hand houdt hij een klein stuk gereedschap, de andere is tot een vuist gebald. Hij kijkt over de modderige binnenplaats van de fabriek naar het toegangshek van het fabrieksterrein. Daar, naast een bord met het opschrift PERSONEEL GEVRAAGD, staat een reusachtige gestalte, een robot met brede schouders. Om zijn borst staat in grote blokletters het woord AUTOMATISERING te lezen.

Die illustratie was kenmerkend voor haar tijd en getuigde van een nieuwe angst die in de westerse samenleving aan het opkomen was. In 1956 werd deze cartoon gebruikt op de voorkant van een dun maar invloedrijk boekje, Automation: Friend or Foe? van Robert Hugh Macmillan, een professor in de technische wetenschappen aan Cambridge University. Op de eerste pagina stelde Macmillan een verontrustende vraag: ‘Lopen wij het risico te worden vernietigd door onze eigen creaties?’ Daarbij doelde hij niet, zo legde hij uit, op de overbekende ‘gevaren van de onbeperkte oorlog met een druk op een knop’. Hij doelde op een veel minder vaak besproken, maar veel verraderlijker gevaar: ‘de snel groter wordende rol die automatische apparaten spelen in het vreedzame industriële leven van alle beschaafde landen.’ Net zoals eerder machines ‘de spierkracht van de mens hadden vervangen’, leken deze nieuwe apparaten ‘zijn hersenen te gaan vervangen’. Doordat ze veel van het goede, goedbetaalde werk zouden overnemen, dreigden ze een grote werkloosheid te veroorzaken, en die zou op haar beurt leiden tot sociale onrust – van het type dat Karl Marx een eeuw eerder al had voorzien.

Maar, zo ging Macmillan verder, zo hoefde het niet te gaan. Als ze ‘op de júíste manier werd ingezet’, kon automatisering leiden tot economische stabiliteit en meer welvaart, en kon ze de mens verlossen van het vervelendste werk. ‘Ik hoop dat deze nieuwe tak van de technologie ons uiteindelijk in staat zal stellen de vloek van Adam van de schouders van de mens te nemen, want de machine moet de slaaf van de mens worden, en niet andersom, nu er praktische technieken zijn ontwikkeld om haar automatisch te besturen.’ Ongeacht of de technologie van de automatisering nu uiteindelijk een aanwinst of een vloek zou blijken, zo waarschuwde Macmillan, stond één ding vast: ze zou een steeds grotere rol gaan spelen in de industrie en de samenleving. In een ‘uiterst concurrerende wereld’ was dat in economisch opzicht onvermijdelijk. Als een robot sneller, goedkoper of beter kon werken dan zijn menselijke tegenhanger, zou de robot het werk doen.

■■■

‘Wij zijn de broeders en zusters van onze machines,’ merkte de technologiehistoricus George Dyson ooit op. De relatie tussen broers en zussen is altijd problematisch, en dat is niet anders bij de relaties met onze technologische familieleden. We zijn gek op onze machines – niet alleen omdat ze handig zijn, maar ook omdat we ze plezierig vinden en soms zelfs mooi. In een goedgebouwde machine zien we enkele van onze diepste verlangens verwerkelijkt worden: het verlangen om de wereld en haar mechanismen te begrijpen, het verlangen om de kracht van de natuur te kunnen beteugelen voor onze eigen doeleinden, het verlangen om iets nieuws dat we zelf hebben gemaakt toe te voegen aan de kosmos, het verlangen om overdonderd en verbaasd te zijn. Een knappe machine roept verbazing en trots in ons op.

Maar machines zijn lelijk en we voelen er een zekere bedreiging in van alles wat ons dierbaar is. Read the rest of this entry »

Stine Jensen: ‘Ik cursus er op los om mezelf te verbeteren’

Foto: Stinejensen.nl

COLUMN
‘Ik cursus er de laatste tijd een flink potje op los om mezelf te verbeteren. Van yoga tot helder communiceren, van boksen tot bewust koken – ik ben er behoorlijk druk mee. Eigenlijk vond ik dat ik aardig bezig was, totdat ik door Edward Slingerland, hoogleraar Aziatische wetenschappen en cognitieve psychologie, op de vingers werd getikt. Iemand duwde mij zijn onlangs verschenen boek Proberen niet te proberen in handen. Slingerland beschrijft daarin een ‘typisch westerse vrouw’ met een carriere die haar leven volbouwt met solitaire bezigheden die zelfverbetering tot doel hebben. Zo’n vrouw, zegt hij, is veel minder gelukkig dan een zekere Serafina Vinon. Dat is een vrouw van 66 jaar die in een Italiaans bergdorp woont. Ze staat elke dag om vijf uur op, melkt haar koeien, maakt haar huis schoon en maakt praatjes met mensen. Ze gaat op in haar werkzaamheden, is verbonden met de natuur en haar omgeving en denkt niet de hele dag na over wie ze is of zou moeten zijn. Serafina heeft wu-wei. Dat Chinese begrip betekent zoveel als ‘niet proberen’ of ‘niet doen’.

Wu-wei is een toestand waarin alles vanzelf gaat. Proberen niet te proberen is belangrijk, want we weten allemaal dat als je iets te graag wilt (een partner, in slaap vallen) dat juist niet lukt, maar als je er even niet mee bezig bent het je ineens komt aanwaaien. Wie in wu-wei is, voelt zich zalig: de dingen gaan vanzelf en je voelt je verbonden met het grotere geheel. Maar hoe doe je dat, niet-proberen? Slingerland geeft een diepgravende analyse van het begrip, waaruit uiteindelijk blijkt dat enige inspanning wel degelijk nodig is om in wu-wei te geraken. Er moet immers een automatische piloot ontwikkeld worden, zodat het lichaam zich zonder al te veel geforceerde denkkracht kan inspannen. Ook spontaniteit blijkt voor een deel kweekbaar. En een ervaren coach kan handig zijn. Op dit punt raakte ik de kluts kwijt in het zeer boeiende expose over wu-wei. Een ervaren coach vinden? Zou ik niet een cursus wu-wei… (Ja! Die zijn er!). Ik keek in mijn agenda of ik nog een gaatje had… Nee wacht, ho stop. Raakte ik zo niet nog verder verwijderd van de wu-weiende Serafina? Ach, koeien stinken, herhaling is saai en de weerelementen zijn heus niet altijd een pretje – dat is een romantische alpendroom. Maar het leek me niet erg wu-wei om op een cursus wu-wei te gaan. Ik nam mij voor te proberen het proberen niet te proberen. Wu-wei? Nee hoor, dat ga ik zeker niet proberen. Zo ongeveer moet het dus gaan lukken en waait de wu-wei me vanzelf aan.’

Stine Jensen is filosoof en maakt programma’s over filosofie voor omroep HUMAN. Bovenstaande column verscheen eerder in Filosofie Magazine.

Lees hier meer over Proberen niet te proberen en het worden van wu-wei.

Maak kennis met Jop de Vrieze én je microben

Ze zitten op je tong, onder je armen, in je darmen en op je huid. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er leven microben op, onder, in of tussen. In onvoorstelbaar grote aantallen bepalen ze ons leven, en toch zag je ze nooit.

Op 20 november kun jij kennismaken met de onzichtbare, maar ook onmisbare microben die je lichaam bevolken. Wetenschapsjournalist Jop de Vrieze en microbioloog Remco Kort vertellen erover in Micropia.

Wanneer?
Donderdag 20 november 2014
19.00 – 22.00 uur

Waar?
Micropia, hoofdentree Artis
Zaal open: 19.30 uur

Prijs?
€ 24,95 (voor leden € 14,95 )

Schrijf je hier in!

Hoe beleggers met minder informatie beter kunnen presteren

Dankzij internet, onze telefoons en zelfs onze horloges zijn we niet alleen meer verbonden met elkaar, maar krijgen we ook meer informatie dan ooit tevoren. En dat zorgt er niet automatisch voor dat we de beste keuzes maken: een bericht op Twitter kan al een beurskrach veroorzaken. Maar dankzij de big data-analyse van ons sociale gedrag kunnen we nu onze informatiestromen echter zo sturen dat we juist betere ideeën, productievere organisaties en creatievere steden krijgen.
Door alledaagse situaties als ‘levend laboratorium’ te gebruiken ontdekte Alex Pentland hoe beleggers een significant beter rendement halen als ze gericht informatie wordt ontzegd. Lees hier het stuk uit Sociale Big Data waar hij uitlegt hoe dat in zijn werk gaat:

***

Eerst enige achtergrond: eToro is een online handelsplatform voor daghandelaren. Het interessantste aspect van dit platform is wellicht dat er een sociaal-netwerkplatform aan vastzit dat OpenBook wordt genoemd. In OpenBook kunnen gebruikers van het sociale netwerk eenvoudig de orders, portfolio’s en resultaten uit het verleden van andere gebruikers opzoeken, maar ze kunnen niet zien wie zich laat leiden door het voorbeeld van andere gebruikers.

In eToro kunnen gebruikers twee hoofdsoorten orders plaatsen:

- Afzonderlijke transactie: een normale order van zichzelf plaatsen.

- Sociale transactie: een order plaatsen die een enkele transactie van een andere gebruiker exact navolgt, of automatisch alle transacties van een andere gebruiker navolgen.

De meeste gebruikers maken hun handelsideeën openbaar om andere mensen in staat te stellen hun voorbeeld te volgen. Ze kunnen aardig wat verdienen door hun transacties openbaar te maken in OpenBook, want elke keer dat iemand besluit het voorbeeld van een andere gebruiker te volgen, krijgt die laatste van eToro een klein bedrag uitgekeerd. Doorgaans volgen gebruikers verschillende andere gebruikers.

In 2011 verzamelden we een aantal maanden data over Euro/Dollar-transacties van 1,6 miljoen gebruikers van eToro. Door deze dataverzameling konden we bijna 10 miljoen financiële transacties Read the rest of this entry »

Een voorbeeld van de kracht van Sociale Big Data: Efficiëntere ontwikkelingshulp

Op 1 mei 2013 werd ‘s werelds eerste grote gemeenschappelijke dataverzameling onthuld: het Data 4 Development-project (D4D). Hiervoor werden alle mobiliteits- en belpatronen van alle inwoners van de hele Ivoorkust gedurende 1 jaar verzameld, en rapporteerden 90 onderzoeksorganisaties vanuit de hele wereld de honderden resultaten van hun analyse ervan.

Een voorbeeld van het gebruiken van de D4D-data voor het maatschappelijk nut is het in kaart brengen van etnische grenzen. Onderzoekers waren nu in staat deze grenzen te lokaliseren, omdat ze konden tracken dat etnische groepen veel meer binnen hun eigen groep communiceren dan met anderen. Hoewel we weten dat etnisch geweld vaak ontstaat langs deze grenzen, waren overheden en hulporganisaties vaak onzeker over de geografie van de sociale gevarenzones. En aangezien onderlinge politieke onenigheden in een land het voornaamste obstakel zijn voor verdere ontwikkeling, is het begrijpen van deze afzonderlijke sociale regio’s en de mate waarin ze afhankelijk zijn van elkaar, de eerste stap voor efficiëntere ontwikkelingshulp.

De alles-wat-de-bank-je-niet-vertelt-over-succesvol-beleggen-avond

Waarschuwing: deze avond kan blijvende vermogensgroei veroorzaken.

Wat te doen met je geld nu de rente op het laagste niveau sinds 1540 is beland? Is de aandelenbeurs overgewaardeerd? Wat gaat er met inflatie gebeuren? En heb je het antwoord op deze vragen eigenlijk wel nodig om te beleggen?

Op 25 september gaan Nobelprijswinnaar Robert C. Merton en de auteurs van De beleggingsillusie, Marius Kerdel en Jolmer Schukken, onder andere op deze vragen in. Ze geven inzicht in hoe de beleggingsindustrie werkt, beschrijven de valkuilen, prikken illusies door en bespreken de basis van verstandig beleggen. De avond zal geleid worden door journaliste Esther van Rijswijk.

RESERVEER HIER JE PLAATSEN VOOR DEZE AVOND

DETAILS

Datum: 25 september

Tijdstip: 20.00 uur

Toegang: gratis, maar reserveren is verplicht – tijdig reserveren wordt aangeraden

Voertaal: Engels

Locatie: De Nieuwe Poort | Claude Debussylaan 2 | 1082 MD Amsterdam

OVER DE SPREKERS

Robert C. Merton is een Nobelprijswinnaar voor de economie (1997) en professor aan MIT (Boston, VS). Hij is bekend van zijn werk over de waardering van opties en is specialist op het gebied van innovatieve pensioenoplossingen.

Marius Kerdel en Jolmer Schukken zijn beiden econoom. Na een internationale carrière in de financiële sector besloten ze, uit ontevredenheid met het traditionele vermogensbeheer, op zoek te gaan naar een wetenschappelijk onderbouwd alternatief. In De beleggingsillusie staan de lessen van hun zoektocht.

Esther van Rijswijk is journalist, econoom en co-founder van Mattermap. Ze schreef bijna 10 jaar voor Elsevier, was correspondent in Londen voor Elsevier en RTL Nieuws, presenteerde een debatprogramma bij BNR en schreef columns voor HP/De Tijd.

OVER DE BELEGGINGSILLUSIE

In De beleggingsillusie wordt beschreven hoe banken en beleggingsfondsen geld verdienen door een geraffineerde illusie in stand te houden. Dat gaat ten koste van beleggers die vaak, zonder het te beseffen, meer dan de helft van hun opgebouwde vermogen kwijtraken aan hun financiële ‘helpers’. Op vlotte en heldere wijze helpenMarius Kerdel en Jolmer Schukken je die illusie te doorzien en brengen ze je terug naar de basis van goed beleggen. Ook bieden ze een praktische en voor iedereen toegankelijke oplossing: drie regels om je vermogen eenvoudig en verstandig te laten groeien.

Voor meer informatie ga naar: www.beleggingsillusie.nl

PARKEREN & VERVOER

De Nieuwe Poort ligt naast Station Amsterdam Zuid, en vlak naast de Mahler Q-Park garage (Aaron Coplandstraat 8, € 2 per 19 minuten). De Claude Debussylaan zelf is niet toegankelijk voor auto’s. Op 5 minuten loopafstand van De Nieuwe Poort is ook parkeergelegenheid bij de Amsterdam RAI (P15) op de Beethovenstraat, waar het vanaf 19:00 uur ’s avonds gratis parkeren is. Met het openbaar vervoer is Station Amsterdam Zuid vanaf Amsterdam Centraal te bereiken via tram 5 of metro 51.