Vers van de pers

Waarom dierproeven bijna op pensioen kunnen

‘Als je naar de dokter gaat en hij schrijft een recept uit, dan ga je ervan uit dat het voorgeschreven medicijn veilig is. Er kunnen misschien enkele bijwerkingen optreden, vermeld in de bijsluiter, maar je verwacht niet dat je zomaar dood zou kunnen gaan na het eerste pilletje. Hoe weet je dat zo zeker? Dat komt omdat al onze medicijnen vooraf uitgebreid getest worden op veiligheid. Die tests worden hoofdzakelijk gedaan op dieren. Alleen al in Groot-Brittannië zijn er jaarlijks 475.290 tests nodig op muizen, cavia’s, ratten, konijnen, honden en apen om alle medicijnen die op de markt komen te controleren op veiligheid. Zo’n proces is langdurig – het duurt vaak meer dan tien jaar – en de kosten zijn hoog: gemiddeld twee miljard euro om een nieuw medicijn op de markt te brengen. Het grootste deel van de kosten zit hem in het vaststellen van de veiligheid voor mensen, en vooral of er bijwerkingen zijn voor het hart, lever of nieren: die organen zijn bijzonder gevoelig. Bepaalde soorten chemotherapie zijn uitermate geschikt voor het behandelen van borstkanker, maar tien jaar na dato ontwikkelen sommige vrouwen ernstig hartfalen. Of nog erger: er treedt een plotse hartdood op. Het hart slaat dan ineens op hol na inname van één pilletje dat goed uit veiligheidstests kwam (in het verleden het geval bij bepaalde afslank- of slaapmiddelen) en binnen een paar minuten houdt het helemaal op met kloppen. In die gevallen is het middel veel erger dan de kwaal.

Een medicijn mag alleen op de markt komen als het getest is op dieren. Ondanks alle proeven om de veiligheid te onderzoeken, zowel in het laboratorium op gekweekte cellen als in ‘slapende’ of wakkere dieren, is dit echter geen garantie dat het veilig is voor mensen. We weten niet altijd of er ernstige bijwerkingen zullen optreden en waarom de ene patiënt wel last van bijwerkingen krijgt en de andere niet. Als we weer het hart als voorbeeld nemen: een van de redenen dat bijwerkingen van medicijnen bij dieren anders zijn dan bij mensen is dat dieren en mensen gewoon verschillend zijn wat betreft het hart. Niet alleen in grootte. Een muizen- of rattenhart, bijvoorbeeld, klopt ongeveer 500 keer per minuut, terwijl een menselijk hart dat maar 60 keer doet. En als een kat achter een muis aan jaagt, trekt het hart van die muis zich daar helemaal niets van aan: het blijft gewoon 500 keer per minuut kloppen. Bij een mens is dat heel anders: als die achternagezeten wordt door een tijger, klopt zijn hart zeker twee tot drie keer zo snel. Mensen hebben een heel andere fysiologie dan (veel) dieren en dus zijn dieren soms helemaal niet geschikt om medicijnen voor mensen te testen.

Is deze wijze van testen of een medicijn veilig is voor mensen daarom een methode die bij het grofvuil kan? En deugt de wet die dierproeven voorschrijft dan niet?

Ja en nee. Er zijn experimenten waar dieren absoluut bij nodig zijn. Denk aan vragen zoals wat een bepaald gen doet bij de ontwikkeling van een embryo of hoe een tumor ontstaat en zich verspreidt door het lichaam. Maar als een dierenhart en een mensenhart zo van elkaar verschillen, dan is het toch ook geen wonder dat er af en toe onveilige medicijnen door onze veiligheidstests glippen?

Sinds een paar jaar begint het duidelijk te worden dat we voor het hart mogelijk een beter alternatief hebben. Dat zijn menselijke hartcellen afkomstig van stamcellen. De stamcellen kunnen ‘embryonale’ zijn, afkomstig van restembryo’s die overblijven na een vruchtbaarheidsbehandeling, maar het kunnen ook zogenaamd ‘geïnduceerd pluripotente stamcellen’ zijn, afgekort als iPS-cellen. In 2007 ontdekte een Japanse onderzoeker, Shinya Yamanaka, dat je van gewone lichaamscellen echte stamcellen kon maken. Dit wetenschappelijk ‘trucje’ was zo origineel en bijzonder dat Yamanaka daarmee in 2012 de Nobelprijs heeft gewonnen. In het laboratorium zijn deze iPS-cellen in staat alle cellen in het menselijk lichaam te maken: niercellen, levercellen maar ook hartcellen. In feite alle celtypen die gevoelig zijn voor toxische effecten van medicijnen. En wat blijkt: de menselijke hartcellen, gemaakt van iPS-cellen, zijn heel goed in staat om bijwerkingen van medicijnen op te sporen. Veel medicijnen die onterecht door dierproeven heen glipten, worden er zo uitgepikt. Ze doen het nu zo goed dat de fda (de organisatie in de Verenigde Staten die voorschrijft welke tests gedaan moeten worden voordat een medicijn op de markt toegelaten wordt) zegt dat ze bij voorkeur binnen twee jaar alle medicijnentests met deze hartcellen willen doen. Dat zou een heel grote bijdrage zijn aan het verminderen van dierproeven. Niet gedreven door de idealistische doelen van dierenbescherming en -welzijn, wat natuurlijk heel nobel is, maar geboren uit het idee dat er betere alternatieven zijn. In ieder geval voor dit doeleinde. En dat geldt ook voor nier-, lever- en andere cellen van stamcellen. Als acceptatie van deze stamceltests toeneemt, kunnen die wellicht ook dienen voor testsystemen om milieuvervuiling, chemicaliën gebruikt in de landbouwindustrie, voedingsstoffen en cosmetica-intolerantie op te sporen.

Kunnen dierproeven om bijwerkingen van medicijnen op te sporen met pensioen? Bijna.’

Christine Mummery is stamcelbioloog en hoogleraar ontwikkelingsbiologie aan het Leiden Universitair Medisch Centrum. Daarnaast is zij auteur van Stem Cells: Scientific Fact and Fiction. Bovenstaande bijdrage schreef zij voor het boek Wetenschappelijk onkruid dat bij Maven Publishing verscheen.

Gabriel Wyner spreekt tijdens PINC-conferentie

Gabriel Wyner, operazanger én wetenschapper, ontwikkelde een nieuwe methode om talen te leren. Daarbij maakt hij gebruik van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over hoe onze hersenen werken. Wyner, zelf vloeiend in Engels, Duits, Frans, Russisch en Italiaans, beschrijft zijn onderzoek en resultaten in het boek De taalhacker. Op de PINC-conferentie gaf Wyner een exclusieve lezing.

Lees hier alles over de PINC-conferentie en bekijk Wyner’s lezing, inclusief Rachmaninoff’s ‘Dream’, gezongen door de talenman zelf. Uiteraard in vlekkeloos Russisch!

Jop de Vrieze zilver bij ‘European Science Writer of the Year 2015′

Wat zijn we trots! Maven-auteur Jop de Vrieze is door de Association of British Science Writers (ABSW) als tweede uit de bus gekomen bij de European Science Writer of the Year 2015-verkiezing. Bij Maven Publishing verscheen van Jop’s hand Allemaal beestjes, waarin hij op safari gaat langs de miljarden bacteriën van het menselijk lichaam.

Maand van het spannende boek: Brein in brand!

Op een dag wordt journaliste Susannah Cahalan wakker in het ziekenhuis. Ze ligt vastgebonden aan haar bed, staat onder strenge bewaking en kan niet bewegen of praten. Ze beeldt zich in dat ze met haar hersenen mensen ouder kan maken en hallucineert dat haar vader zijn vrouw heeft vermoord.
Ze is gek geworden.

Een paar weken daarvoor was ze nog kerngezond: een ambitieuze, succesvolle journaliste, met een prille relatie en zeer gelukkig in haar appartementje in New York.

In Brein in brand beschrijft de 24-jarige Cahalan het meeslepende verhaal over haar ‘maand van waanzin’. Hoe het begon met kleine dingen: ze werd achterdochtig en beeldde zich dingen in. En hoe het steeds erger werd: ze werd eerst gewelddadig, daarna catatonisch en begon langzaam af te glijden naar de dood. Artsen en familie waren ondertussen verwikkeld in een wanhopige medische speurtocht naar de oorzaak. Een briljante neuroloog ontdekte op het laatste moment dat Cahalan leed aan een auto-immuunziekte waarbij haar lichaam haar brein aanviel. Het betekende haar redding.

Omdat juni de maand van het spannende boek is, tippen wij de New York Times-Bestseller Brein in brand!
Dit fascinerende verhaal leest als een medische thriller met, de inmiddels weer gezonde, Cahalan als detective.

Jonathan Gottschall op de bank bij Jinek

Jonathan Gottschall is een universitair docent in een midlife crisis als tegenover zijn saaie kantoor een sportschool voor kooivechten wordt geopend. Hij besluit zijn leven om te gooien; hij begint met trainen als kooivechter.

Een goede gelegenheid om zijn wetenschappelijke studie over geweld verder uit te breiden, maar meer nog de ultieme kans om antwoord te krijgen op zijn prangende vraag: ben ik in staat iets moedigs te doen? Als kind werd de kleine Gottschall gepest en vermeed hij elk gevecht. Was dat nu anders? Het levert een bijzonder boek op: ‘Echte mannen vechten’.

Bij Jinek op de bank praat Gottschall erover.

Pesten op de werkvloer: De Bully-baas

Uit: Collega’s en andere ongemakken van Roos Vonk

Een ‘bully-baas’ is onberekenbaar, tiranniek, driftig, laat merken wie de machtigste is, maakt werknemers belachelijk, kleineert, negeert en sabotteert. In Nederland lokte een vraag van Intermediair naar rampenbazen vele wanhopige reacties uit en in de VS wordt naar schatting 37% van de werknemers ge-bullied door de baas. De top-5 van wangedragingen bestaat uit:

1. geen erkenning geven aan iemand daar recht op heeft (37%)
2. ‘lager gekwalificeerd’ personeel negeren (31%)
3. zich openlijk negatief uitspreken over medewerkers (27%)
4. privacy schenden (24%)
5. fouten aan anderen toeschrijven om zelf vrijuit te gaan (23%)

Omdat niet alle bazen dit soort dingen doen, rijst de vraag waar ‘m dat nu in zit. Daarover zijn onlangs enkele onderzoeksprogramma’s verschenen. Eén daarvan* wijst erop dat het te maken heeft met hoe bekwaam bazen zich voelen in het uitvoeren van hun taken. Als maten van wandrag werd gekeken naar agressie (onaangenaam harde geluiden toedienen als ‘correctie’ wanneer iemand een fout maakte) en sabottage (iemands kans op succes ondermijnen door een onmogelijke taak toe te wijzen). Juist de combinatie van macht en onzekerheid over eigen kunnen bleek cruciaal te zijn. Deelnemers die macht hadden én relatief onzeker waren, reageerden het meest agressief en sabotterend; macht met vertrouwen in eigen kunnen, of onzekerheid zonder macht had niet dat effect. De negatieve effecten van onzekerheid verdwenen bovendien wanneer het ego van de baas een oppepper kreeg: na een zogenaamd briljante uitslag op een leiderschapstest, hadden ook de onzekere bazen minder aandrang om anderen dwars te zitten.

Iets vergelijkbaars bleek uit een serie studies** naar zogenoemde defensieve denigrerendheid: verondersteld wordt dat bazen vaak denigrerend doen tegen anderen om hun eigen onzekerheid te dempen. Wanneer machtige mensen negatieve feedback kregen, deden ze inderdaad neerbuigend over de bekwaamheden van degene met wie ze samenwerkten. In een vervolgstudie kregen ze eerst van een medewerker te horen dat die hen zo dankbaar was voor hun onmisbare hulp bij een eerdere gelegenheid. Dit pepte hun ego weer op en daarmee verminderde het denigrerende gedrag.

Een derde serie studies was gericht op de status van machthebbers. Vaak hebben mensen met macht ook status, maar dat hoeft niet samen te gaan. Denk aan de Amerikaanse soldaten in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak: zij hadden macht over de gevangenen, maar het beroep van soldaat heeft geen hoge status. In het onderzoek*** werden deelnemers toegewezen aan de rol van ‘ideeënbedenker’ (hoge status) of ‘werker’ (laag) in een virtueel bedrijf. Een van beiden kon extra geld verdienen door bepaalde kunstjes te doen; welke kunstjes, dat werd beslist door de ander – die hiermee de macht kreeg, en daarbij de keus had uit diverse handelingen (bijv. een leuke grap vertellen, 50 x klappen) waaronder denigrerende handelingen (bijv. blaffen als een hond, 5x zeggen “ik ben vies”). Wanneer de ‘machtige’ deelnemer een lage-status-positie had (‘werker’), koos deze vaker denigrerende kunstjes uit voor de ander dan in de hoge-status-positie. Deze combinatie van macht en lage status zou dus ook het deplorabele gedrag van de Amerikaanse soldaten in Irak kunnen verklaren.

Machtige mensen met te weinig aanzien of zelfvertrouwen proberen kennelijk de eigen positie op te vijzelen ten koste van anderen. Heb je zo’n baas, dan kun je dit voorkomen door diens ego bijvoorbaat al op te pimpen middels dankbaarheid, vertellen hoe belangrijk zijn positie is en hoe er tegenop gekeken wordt, en andere vormen van slijmen. Het lijkt kruiperig, maar als het werkt is wel duidelijk wie er werkelijk de macht heeft.

*Fast, N. J., & Chen, S. (2009). When the boss feels inadequate. Psychological Science, 20, 1406-1413.

**Cho, Y., & Fast, N. J. (2012). Power, defensive denigration, and assuaging effect of gratitude expression.  Journal of Experimental Social Psychology, 48, 778-782.

***Fast, N. J., Halevy, N., & Galinsky, A. D. (2012). The destructive nature of power without status. J. of Experimental Social Psychology, 48, 391-394.

Prachtrecensie Collega’s en andere ongemakken!

Verschenen in het Leidsch Dagblad, 23 mei 2015.

Wees eens ‘n bitch!

Vrouwen zijn te soft. We verbergen veel van onze emoties en blijven vaak rustig, terwijl er genoeg reden is om woest te worden. En dat is helemaal niet goed voor ons, zegt psychiater Julie Holland. EditieNL sprak met de Moody bitches-auteur.

Eenzaamheid blijkt besmettelijk

Recente studies hebben iets verbijsterends aangetoond: eenzaamheid is besmettelijk. Er werd nagegaan hoe eenzaamheid zich in de loop van de tijd door sociale netwerken verspreidde. Daarbij werd ontdekt dat eenzaamheid zich via een duidelijk besmettingsproces verspreidt: mensen die aan het begin van het onderzoek contact hadden met eenzame mensen, hadden meer kans om aan het einde van het onderzoek zelf eenzaam te worden. Bovendien werd de virulentie van de besmetting bepaald door hoe close een eenzaam persoon en een niet- eenzaam persoon waren. Hoe closer niet-eenzame personen met een eenzaam persoon waren, hoe kwaadaardiger het effect van de besmetting, en hoe eenzamer ze later zelf ook werden.

Wetenschappers ontdekten in het bijzonder dat eenzame personen voortdurend naar de periferie van hun sociale netwerken werden gedrongen, in posities waarin ze steeds geïsoleerder raakten. Zodra mensen close werden met eenzame mensen was dat van invloed, en werden ook zij naar de periferie gedrongen. Alarmerend genoeg werd deze besmetting zelfs buiten de onmiddellijke kring van de eenzame persoon ‘overgedragen’ van de ene persoon op de andere, zodat zij zich door het gehele sociale netwerk verspreidde. Mede dankzij dergelijke onderzoeken weten we hoe en waarom eenzaamheid in de huidige maatschappij epidemische vormen aanneemt.

Helaas blijft eenzaamheid ondanks de besmettelijkheid ervan, en ondanks de grote risico’s voor de gezondheid die zij oplevert, een van de meest verwaarloosde psychische wonden die we in het dagelijks leven oplopen. Maar weinig mensen beseffen hoe cruciaal het is om de psychische wonden die eenzaamheid veroorzaakt te behandelen, en nog minder weten we hoe je dat doeltreffend doet.

Meer weten? Eerste hulp bij emoties biedt uitkomst.