Het gamende kind

Fortnite, Minecraft, FIFA, Overwatch – voor de meeste kinderen is gamen niet weg te denken uit hun leven. En voor veel ouders is gamen de lastigste opvoedkwestie waar ze elke dag mee te maken hebben. Ga er maar aan staan: hoe ga je om met de dagelijkse battle om schermtijd? Hoe voorkom je dat je alleen nog maar als een politieagent tussen je kind en zijn favoriete bezigheid staat? Hoe weet je of het gamegedrag van je kind nog enigszins normaal is? Kortom: hoe kun je een goede ouder zijn voor je gamende kind?

Koen Schobbers is de eerste Nederlandse esporter met een topsportstatus en was een echt gamend kind. Hij geeft antwoord op de vijftig meestgestelde vragen over hoe om te gaan met de grootste hobby van je kind.

In Het gamende kind laat hij zien waarom we gamen, wat de gevaren zijn maar dat er ook voordelen zijn en hoe je betrokken blijft bij je kind. Hij praat met psychologen, neurologen, ex-gameverslaafden en ouders om er zo achter te komen of gamen je slaapritme verstoort of je ogen beschadigt, of je er agressief en asociaal van wordt of juist kalm en socialer en welke competenties je traint en welke niet. Oftewel, dit boek biedt praktische raad voor iedere ouder die op zoek is naar de juiste balans tussen slaap, studie, sport, sociaal en games.

Koen Schobbers (1992) was een gamend kind. Hij was de eerste esporter met een topsportstatus en studeerde tegelijkertijd geneeskunde. Tegenwoordig is hij dé specialist op het gebied van gamingeducatie voor ouders, jeugd en de zorg. Hij geeft al jarenlang presentaties, workshops en cursussen.

Superverslavend

Voor het eerst in onze geschiedenis zijn gedragsverslavingen een groter probleem dan verslavende middelen zoals drugs of alcohol. Het ergste is dat we het niet eens doorhebben. Alledaagse zaken als social media, gaming, online shoppen en e-mailen zijn minder onschuldig dan ze lijken: het aantal mensen dat hieraan verslaafd is, is de afgelopen jaren enorm toegenomen.

In Superverslavend laat Adam Alter zien hoe softwareontwikkelaars schrikbarend goed zijn geworden in het creëren van online ervaringen waar we geen genoeg van krijgen. Ze maken hierbij gebruik van zes geheime en zeer verslavende ‘ingrediënten’ die ze – als een soort virtuele suiker – toevoegen aan hun producten zodat we ze uren, dagen en weken achter elkaar blijven gebruiken. Alter verklaart waarom we deze ingrediënten zo onweerstaanbaar vinden en laat zien wat er in ons brein gebeurt op het moment dat we een Pokémon vangen, onze mail checken of zien dat iemand onze foto leuk vindt op Instagram. Gelukkig laat hij ook zien wat je als individu kunt doen om jezelf én je kinderen hiertegen te wapenen, voor het écht te laat is.

De betekenis en de gevaarlijke consequenties van onze digitale routines beginnen we pas net te begrijpen. Superverslavend signaleert en analyseert deze belangrijke nieuwe trend in onze samenleving, die te lang onderbelicht is gebleven.

 

Hoe moeilijk kan het zijn?

Jasper van Kuijk fileert denkfouten in hedendaags ontwerp

Of het nu gaat om rookmelders, ov-fietsen, beamers of de stiltecoupé: sommige producten wil je omhelzen en andere het raam uitgooien. Maar hoe komt dat? Het is vaak lastig er de vinger op te leggen; je kunt de kwaliteit van een ontwerp namelijk niet (alleen) beoordelen op het uiterlijk. Eigenlijk zoals je ook een boek niet moet beoordelen op basis van het tekstje achterop.

Met een aanstekelijke mix van ironie en absurdisme verwoordt Jasper van Kuijk de principes, uitdagingen en valkuilen van het creëren van nieuwe producten. Aan de hand van vele herkenbare voorbeelden laat hij zien dat ontwerpen een complexe bezigheid is, waarin men ondanks de beste bedoelingen verrassend vaak kan verdwalen. Maar juist die missers brengen waardevolle inzichten aan het licht en maken dat je meer waardering krijgt voor geslaagde ontwerpen. Met Hoe moeilijk kan het zijn? wijst Van Kuijk de weg naar een gebruiksvriendelijkere, intuïtievere en beter ontworpen wereld.

Het NRC HANDELSBLAD over Jasper van Kuijk:

‘Gebruiksgemak’ is zijn middle name. Hij is een eenmansconsumentenbond, de „lakmoesproef” van elk product.‘ 

Machines die denken

Invloedrijke denkers over de komst van kunstmatige intelligentie

De komst van kunstmatige intelligentie is al decennialang een bron van fascinatie en angst. Het is een rijke voedingsbodem voor vele boeken en films, en wetenschappers en ondernemers stoppen er veel tijd en geld in. Dankzij de technologische ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar lijken de ‘denkende machines’ steeds meer onderdeel van onze maatschappij te worden. Daarom vroeg John Brockman, oprichter van Edge.org, aan een selectie van de meest invloedrijke denkers ter wereld:

‘Hoe denk je over machines die denken?’

Steven Pinker, Nicholas Carr, Daniel Dennett, Brian Eno, Matt Ridley, Luc Steels en 189 andere bekende wetenschappers, auteurs en kunstenaars geven kort en krachtig antwoord.

Edge.org
Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. De antwoorden worden gebundeld en in boekvorm uitgegeven. Na het succes van Wetenschappelijk onkruid is dat dit jaar ‘Machines die denken’.

Eerder verschenen:

Dark net

Daal af in de digitale onderwereld van hackers, seks, bitcoins en wapens

Dark net is een onthullende beschrijving van het deel van het internet dat niet met een gewone browser te bereiken is. Hier bevinden zich de meest gevaarlijke én creatieve subculturen: de ‘trollen’ en pornoproducenten, de drugshandelaren en hackers, maar ook idealistische bitcoinontwikkelaars. Het is een wereld die maar een paar klikken van je verwijderd is. En toch hebben de meesten van ons hem nog nooit bezocht.

Jamie Bartlett traceerde de hoofdrolspelers en ging met ze in gesprek. Wat hij ontdekte is opzienbarend en choquerend. Hij neemt je mee op een duizelingwekkende tour door deze dynamische wereld, en laat zien wat er gebeurt wanneer mensen in complete anonimiteit kunnen opereren.

Dit is Big Data

Als er tegenwoordig één nieuwe hype lijkt te bestaan, dan is het wel ‘Big Data’. De explosieve groei aan digitale gegevens wordt door marketing managers, multinationals en overheden triomfantelijk binnengehaald als het nieuwe goud. De data-revolutie gaat al onze vragen beantwoorden – zelfs nog voordat we ze gesteld hebben. Maar wat is het eigenlijk, Big Data? En wat moet je ermee, als je niet in de IT- wereld werkt?

In Dit is Big Data neemt New York Times-journalist Steve Lohr je mee in de wereld achter de hype. Met duidelijke voorbeelden en sprekende anekdotes legt hij uit wat de term Big Data nu precies inhoudt, wat voor impact het op ons (ja, ook op jou) heeft en hoe je goed beslagen ten ijs kunt komen in dit nieuwe informatietijdperk. Want of je nu leraar, arts, manager of ondernemer bent: wie niet thuis is in de wereld van data-analyse en de bijbehorende digitale infrastructuur is de nieuwe analfabeet. Die herkent bijvoorbeeld niet hoe Big Data wordt gebruikt om zijn online aankopen te beïnvloeden of wat voor onaangeroerde schatten er in zijn eigen organisatie aanwezig zijn. In Dit is Big Data vertelt Lohr ons daarom hoe we onze data het beste kunnen managen, beschermen én exploiteren.

Wetenschappelijk onkruid

Na het succes van Dit verklaart alles worden dit jaar wederom 175 van ’s werelds meest briljante geesten samengebracht om stuk voor stuk antwoord te geven op de Edge-vraag van 2014: Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenmand?

Dankzij Karl Popper weten we dat we een wetenschappelijke theorie nooit als ultieme waarheid kunnen aanvaarden, omdat één voorbeeld genoeg kan zijn om ’m onderuit te halen. Sterker nog, alles wat we nu zeker lijken te weten is gebaseerd op het afwijzen van eerdere wetenschappelijke theorieën. Daarom mogen er geen heilige huisjes in de wetenschap bestaan, en in plaats van te wachten op een briljante nieuwe ingeving, moeten we ons juist bezig houden met het verwerpen van ideeën die hun langste tijd hebben gehad. Welke theorie moet aan de kant geschoven worden, zodat de wetenschap weer vooruit kan?

Onder anderen Steven Pinker, Nicholas Carr, Daniel Goldmann, Jerett Diamond, Amanda Gefter, Nassim Nicholas Taleb, Hans Ulrich Obrist, Ian McEwan en Richard Dawkins hebben hun antwoord klaar. Van Nederlandse bodem leveren Stine Jensen, Christine Mummery, Victor van Daal en Peter Hagoort hun bijdrage.

Een paar concepten die je alvast kunt overwegen om weg te gooien: de dood, oorzaak en gevolg, onze menselijke natuur en wetenschappelijk geteste medicijnen. En vraag jezelf ook eens af of we nog wel zoveel hebben aan onze notie van oneindigheid, en of we onze angst voor nucleaire straling niet eens los moeten laten. Want er is niets wat niet in twijfel moet worden getrokken, behalve dan dat we van sommige ideeën nu echt eens afscheid moeten nemen.

Eerder verschenen
Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. De antwoorden worden gebundeld en in boekvorm uitgegeven. Eerder verschenen bij Maven Publishing de zeer succesvolle edities 153 x cafeïne voor je geest (2014), Dit verklaart alles (2013), Hier word je slimmer van (2012) en Hoe verandert internet je manier van denken? (2010).

De glazen kooi

In Het ondiepe liet Nicholas Carr ons zien wat internet met onze hersenen doet. In De glazen kooi opent hij ons de ogen voor een van de belangrijkste trends van het moment: de automatisering van onze samenleving.

De voordelen liggen voor de hand, denk aan zelfrijdende auto’s, medische robots en gespecialiseerde apps. We geven taken uit handen aan machines, die het vaak sneller en beter kunnen en vervolgens hebben wij de vrijheid om onze tijd aan andere zaken te besteden. Volgens Nicholas Carr staat er echter veel op het spel: onze creativiteit en individuele talenten blijken op onverwachte manieren vervlochten met de taken die we uitbesteden. Wie alleen nog maar op zijn rekenmachine vertrouwt, zal wiskunde nooit echt goed begrijpen; wie alleen nog navigatiesoftware gebruikt, zal zijn richtingsgevoel kwijtraken. En het gaat nog veel verder dan rekenmachines en TomToms alleen. De talenten en vaardigheden van onze piloten, artsen, managers, docenten en politici veranderen op ingrijpende wijze als gevolg van automatisering.

Technologie brengt ons veel goeds, maar het creëert ook een glazen kooi die ons beperkt. In zijn nieuwe boek maakt Nicholas Carr deze kooi zichtbaar.

Sociale Big Data

Opkomst van de data-gedreven samenleving

Of we nu whatsappen, onze gps gebruiken of gewoon bellen, we laten allemaal een spoor aan digitale broodkruimels achter. Bij elkaar opgeteld biedt deze enorme hoeveelheid gegevens een schat aan informatie: big data. Alex Pentland is de belangrijkste pionier op dit gebied, én degene die weet hoe we hier gebruik van kunnen maken om maatschappelijke problemen op te lossen. Volgens Forbes is hij dan ook een van de meest invloedrijke data-wetenschappers ter wereld, en Time Magazine duidt hem als een van de belangrijke denkers die de eenentwintigste eeuw vorm zal geven.

Alex Pentland presenteert revolutionaire nieuwe inzichten over hoe ideeën zich verspreiden en waar menselijk gedrag door gestuurd wordt. Hij laat als eerste zien hoe we onze samenleving, maar ook onze organisaties, beter kunnen leren begrijpen en beïnvloeden. Dankzij big data werd ontdekt hoe medewerkers van een callcenter veel productiever worden als ze meer gezamenlijke pauzes nemen, hoe je de creativiteit van steden kunt verhogen en hoe professionele beleggers een significant hoger rendement halen als je ze op bepaalde momenten minder (!) informatie geeft.

Sociale Big Data opent je de ogen voor een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw: ons gedrag is een exacte wetenschap aan het worden.

Nederland in ideeën

Nederland in ideeën is het eerste boek van een serie waarin we elk jaar rond de 100 toonaangevende Nederlandse denkers vragen om kort en krachtig (max 1000 woorden) antwoord te geven op één centrale vraag. De vraag wisselt jaarlijks en zal altijd betrekking hebben op het raakvlak van wetenschap en maatschappij. Dit jaar was de vraag: ‘Welk idee, inzicht of innovatie heeft Nederland veranderd – of zal dit in de toekomst gaan doen?’

Beatrice de Graaf (veiligheid), Jeroen Smit (journalistiek),  Gerard ’t Hooft (natuurkunde), Henk van Os (kunstgeschiedenis),  Neelie Kroes (technologie), Boris van der Ham (filosofie), Heleen Dupuis (ethiek), Nelleke Noordervliet (literatuur), Stine Jensen (filosofie) en 92 andere invloedrijke wetenschappers,  auteurs en kunstenaars

schrijven over

de fiets, de pil, het feminisme, Big Brother, gentherapie, de flitspaal, sociale robots,  kweekvlees, absurdistische cinema, kwantummechanica en 91 andere ideeën, inzichten en innovaties die Nederland hebben veranderd, of dit in de toekomst gaan doen.

Voor een lijst van alle denkers klik hier.