MINDF*CK: Next level

102 nieuwe illusies en experimenten

Na het megasucces van hun eerste boek zijn Victor Mids en Oscar Verpoort nu terug in de boekhandel. In MINDF*CK: NEXT LEVEL geven ze nog meer geheimen en spectaculaire illusies uit het populaire tv-programma MINDF*CK prijs. Ervaar pagina na pagina hoe het is om zelf gemindf*ckt te worden, verbaas je vrienden en leer gaandeweg alles over de werking van je brein, cognities en zintuigen.

Hoe makkelijk is jouw brein eigenlijk te bespelen, te misleiden en op het verkeerde been te zetten? Weet jij je te wapenen tegen alle verrassende en bizarre mindf*cks uit dit boek? Ga de uitdaging aan met meer dan 102 nieuwe illusies en onverklaarbare, interactieve experimenten. En maak je borst maar nat, want wat je ook probeert, MINDF*CK: NEXT LEVEL is je altijd minstens één stap voor…

Na het lezen van MINDF*CK: Next Level kun jij ook:

• iemand een déjà vu laten ervaren

• vijftien centimeter boven de grond zweven

• iemand twintig euro voor een tientje laten betalen

• spontaan iemands verjaardag raden

• in één seconde een flesje water laten bevriezen

• iedere date om je vinger winden

• je telefoon door een opgeblazen ballon heen duwen

• observeren als Sherlock Holmes

• iemand een déjà vu laten ervaren

• iedere sollicitatie tot een goed einde brengen

Ervaar het zelf…

Superkrachten voor je hoofd (oftewel Mindgym voor kids)

We leren onze kinderen zo ongeveer alles. Behalve de gebruiksaanwijzing van hun eigen hoofd. Dankzij het grote succes van Mindgym: Sportschool voor je geest hebben talloze volwassenen al ontdekt hoe ze met eenvoudige oefeningen hun mentale conditie kunnen verbeteren. Hoog tijd dus om ook onze kinderen te leren hoe ze baas kunnen worden in hun hoofd. Daarom heeft Wouter de Jong nu Mindgym voor kids geschreven.

Superkrachten voor je hoofd is een echt doeboek om (samen met je ouders of alleen) te ontdekken hoe je koning in je kop wordt. Je leert hoe je beter om kunt gaan met onaangename ervaringen, hoe je je sociale skills (in plaats van sociale media) kunt verbeteren en meer zelfvertrouwen krijgt. De Jong pakt dit onderwerp weer aan op zijn ondeugende, relativerende manier, met mooie anekdotes, grappige weetjes en rake kinderquotes (‘Wraak is als poepen in je broek om de ander in de stank te zetten. Uiteindelijk heb je er zelf het meeste last van’). Het boek staat vol leuke oefeningen met toegankelijke uitleg, challenges die je met je ouders kunt doen en geestige tekeningen van Hein de Kort.

Daarnaast kun je audio-opnames downloaden om de technieken kracht bij te zetten én er is een speciale Mindgym-titelsong, ingezongen door Elise Schaap. Deze methode geeft kinderen speelse tools om beter om te kunnen gaan met stressvolle, saaie of moeilijke momenten in hun leven, oftewel: hoe ze hun eigen mentale superkrachten kunnen ontwikkelen!

HOOP

Het zijn vreemde tijden, met veel zorgwekkende ontwikkelingen op politiek, cultureel, maatschappelijk en ecologisch gebied. Daardoor kijkt Joris Luyendijk voor het eerst in zijn leven niet met onvoorwaardelijk vertrouwen naar de toekomst. Tegelijk weet hij dat er ongekend veel goed gaat in de wereld. Het probleem is alleen dat dit lang niet altijd goed zichtbaar is. Daarom vroeg Luyendijk aan 100 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars: ‘Hoe hou jij hoop?’

Gerard ’t Hooft (Nobelprijswinnaar Natuurkunde), Louise Vet (hoogleraar Ecologie), Bibian Mentel (atleet), Stine Jensen (filosoof), Micha Wertheim (cabaretier), Griet Op de Beeck (schrijver), Merlijn Twaalfhoven (componist), Jeroen Smit (journalist), Dick Swaab (hersenwetenschapper), Kim Putters (directeur Sociaal en Cultureel Planbureau), Lavinia Meijer (harpist) en 89 andere experts geven in dit boek hun antwoord. Het resultaat is een verzameling verrassende inzichten die duidelijke vooruitgang laten zien. Kortom: honderd keer hoop.

Zo werkt aandacht bij Met het Oog Op Morgen

Psyche & Brein interviewt Dan Ariely

Hoe scoor je op kantoor? Roos Vonk over de psychologie van de werkvloer

Hoe ga je om met streberige, irritante collega’s of met je baas? Werk aan je relatie met collega’s, zegt hoogleraar Roos Vonk, die het boek Collega’s en andere ongemakken over de psychologie van de werkvloer schreef, in Trouw. Want het scheelt enorm als die relatie goed is. En besef: zelf ben je ook een collega met gebreken.

Lees hier het hele artikel!

David Lynch lurkte graag aan een chocoladeshake

David Lynch (1946) is een Amerikaanse film- en televisieregisseur die bekendstaat om zijn surrealistische, hallucinatoire cinematografische stijl. Hij regisseerde onder meer Blue Velvet, Wild at Heart en Mulholland drive en hij was een van de makers van Twin Peaks.

‘Ik houd van orde,’ zei Lynch in 1990 in een interview. ‘Zeven jaar lang at ik bij Bob’s Big Boy. Ik ging er altijd rond half drie naartoe, na de lunchdrukte. Ik nam een chocoladeshake en vijf, zes of zeven koppen koffie met heel veel suiker. En er zit ook veel suiker in die chocoladeshake. Het is een dikke shake. In een zilveren beker. Door al die suiker kreeg ik een stoot energie, en ik kreeg ook zoveel ideeën! Ik schreef ze op servetten. Net of ik een bureau met schrijfpapier had. Het enige wat ik hoefde te doen was niet vergeten mijn pen mee te nemen, maar anders gaf een serveerster me er een, als ik er tenminste wel aan dacht om hem aan het eind van mijn bezoek terug te geven. Ik kreeg veel ideeën bij Bob’s.’

Een andere manier voor Lynch om ideeën te krijgen is door transcendente meditatie, dat hij vanaf 1973 dagelijks beoefent. ‘Ik heb in drieëndertig jaar nog nooit een meditatie overgeslagen,’ schreef hij in Catching the Big Fish, het boek dat hij in 2006 schreef. ‘Ik mediteer ’s ochtends en ’s middags nog een keer, ongeveer twintig minuten per keer. Daarna wijd ik me aan de dagelijkse beslommeringen.’ Als hij een film aan het maken is, frommelt hij er soms nog een derde sessie tussen, aan het eind van de dag. ‘We verspillen sowieso zoveel tijd aan allerlei andere dingen,’ schrijft hij. ‘Als je dit aan je routine toevoegt, gaat het vanzelf.’

Uit: Dagelijkse rituelen: Hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken.

Vertaald door Louise Koopman.

De ijzeren discipline van Marina Abramovic

Marina Abramovic (1946) is een in voormalig Joegoslavië geboren performancekunstenares. Ze woont nu in new York. Haar belangrijkste artistieke focus ligt bij, zoals ze zelf zegt, ‘kunst maken die de simpele dagelijkse handelingen ritualiseert’.

In haar vier decennia omspannende carrière als performancekunstenares heeft Abramovic zichzelf gedwongen tot het vertoon van enorme (en vaak schokkende) discipline en volharding. Voor het retrospectief van haar werk dat in 2010 in het Museum of Modern Art in New York te zien was, maakte Abramovic een bijzonder ijzingwekkend werk. Het heette The Artist is Present, en ze moest hiervoor gedurende alle uren dat de tentoonstelling geopend was, bewegingloos op een stoel zitten – zeven uur per dag (op vrijdag tien uur), zes dagen per week, elf weken lang. Elke dag werden bezoekers van het museum uitgenodigd om in de stoel tegenover haar te gaan zitten, zo lang ze wilden. Aan het eind van de elf weken had Abramovic in 1565 paar ogen gestaard. Om zich op de performance voor te bereiden moest ze haar lichaam trainen om de hele dag niet te eten en niet te plassen. (Er werd in de pers gespeculeerd dat ze een katheter had of een luier droeg, maar Abramovic houdt voet bij stuk dat ze het gewoon ophield.)

Drie maanden voor de opening begon ze een routine op te bouwen. Haar grootste uitdaging was om de hele dag niets te drinken. Om haar lichaam toch genoeg water te verschaffen, ging Abramovic over tot een nachtelijk hydrateringssysteem. De hele nacht lang dwong ze zichzelf om elke vijfenveertig minuten op te staan en een kleine hoeveelheid water te drinken. ‘In het begin was ik uitgeput,’ zegt ze. ‘Maar op het eind had ik mezelf er min of meer in getraind en kon ik in feite op een bepaalde manier het water drinken zonder mijn slaap te onderbreken.’

Op de dagen van de performance stond Abramovic om half zeven ’s ochtends op, ging in bad en nam om zeven uur haar laatste slokje water van de dag. Daarna at ze een maaltijd van linzen en rijst en dronk een kopje zwarte thee. Om negen uur bracht een auto Abramovic, haar assistent en haar fotograaf naar het MOMA waar ze haar jurk aantrok. De daaropvolgende vijfenveertig minuten ging ze vier keer naar de wc, om haar blaas helemaal leeg te maken. Daarna zette ze een streep op de muur als indicatie van de voltooide performance van de vorige dag en zat ze vijftien minuten in haar eentje voordat er bezoekers kwamen.
Zeven of tien uur later ging Abramovic weer naar huis, at een lichte vegetarische maaltijd en lag rond tien uur ’s avonds in bed, waarbij ze telkens om de vijfenveertig minuten kleine hoeveelheden water bleef drinken. Ze voerde de hele dag geen enkel telefoongesprek en onthield zich ook van e-mailverkeer. ‘Ik bande alle communicatie uit,’ zegt ze. ‘Ik praatte niet, behalve dan met de zaalwacht in het museum, de curator en mijn assistent en fotograaf. Geen telefoontjes, geen gepraat, geen ontmoetingen, geen interviews. Niets. Alles hield op.’

Dit is kenmerkend voor de manier van werken van Abramovic. Altijd als ze een nieuw idee heeft voor een performance, neemt dat haar leven helemaal in beslag. Maar als ze geen performance doet en er ook geen voorbereidt, is ze een totaal ander wezen. ‘In mijn persoonlijke leven heb ik zonder project geen enkele discipline,’ zegt ze. En ze heeft ook geen regelmatige dagelijkse routine. ‘Ik heb niet een speciaal dagelijks terugkerend iets. Alleen als ik weet dat ik de performance moet doen, dan concentreer ik me daar totaal en onverbiddelijk op.’

Uit: Dagelijkse rituelen: Hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken.

Vertaald door Louise Koopman.

Staand schrijven, met je gezicht naar een boekenkast

Hemingway (1899-1961) was een buitengewoon invloedrijke Amerikaanse schrijver. Hij schreef onder meer The sun also rises (Ned. vertaling: En de zon gaat op), A farewell to arms (Ned. vertaling: Afscheid van de wapenen) en For whom the bell tolls (Ned. vertaling: Voor wie de klok luidt).

Gedurende zijn hele leven stond Hemingway vroeg op, om half zes of zes uur, gewekt door het eerste daglicht, ook wanneer hij de dag ervoor tot in de vroege uurtjes gedronken had. Zijn zoon Gregory herinnerde zich dat de schrijver immuun leek voor katers: ‘Mijn vader zag er altijd geweldig uit, alsof hij de slaap der onschuldigen had genoten in een geluiddichte kamer met een masker voor zijn ogen.’ In een interview in The Paris Review in 1958 legde Hemingway het belang van die ochtendlijke uren uit:

Hemingway: ‘Wanneer ik aan een boek of een verhaal werk, begin ik elke ochtend zo snel mogelijk nadat het licht is geworden te schrijven. Niemand die je stoort en als het fris is of koud, word je warm van het schrijven. Je leest terug wat je hebt opgeschreven en omdat je altijd stopt op een moment dat je al weet hoe het verdergaat, pik je het daar weer op. Je schrijft totdat je op een punt komt dat je nog steeds goesting hebt en weet hoe het verhaal verdergaat en daar stop je dan en probeer je het uit te zingen tot de volgende dag, tot het moment waarop je het weer oppakt. Je bent om zes uur ’s ochtends begonnen, zoiets, en stopt wellicht zo rond de middag of al eerder. Als je stopt voel je je net zo leeg (en tegelijkertijd ben je nooit echt leeg maar vul je jezelf juist) als wanneer je aan het vrijen bent met iemand van wie je houdt. Niets kan je raken, er kan niets misgaan, niets is belangrijk tot de volgende dag wanneer je weer aan de slag gaat. Het is dat wachten tot de volgende dag dat zo moeilijk is.

In tegenstelling tot wat vaak gezegd wordt, begon Hemingway niet elke schrijfsessie met het slijpen van twintig potloden – ‘Ik geloof niet dat ik ooit twintig potloden tegelijk bezat,’ zei hij in The Paris Review – maar hij had wel een paar schrijfeigenaardigheden. Hij schreef staand, met zijn gezicht naar een boekenplank op borsthoogte met daarop een schrijfmachine, en daarbovenop een houten lezenaar. De eerste versie schreef hij met potlood op geeloranje schrijfmachinepapier dat hij schuin op de lezenaar legde; als het lukte met werken, haalde Hemingway de lezenaar weg en ging hij verder op de schrijfmachine. Hij hield zijn dagelijkse woordproductie bij in een overzicht, ‘om mezelf niet voor de gek te houden,’ zei hij. Als het niet lukte met schrijven, stopte hij en begon in plaats daarvan brieven te schrijven, een welkome afwisseling van ‘de afgrijselijke verantwoordelijkheid van het schrijven’, of zoals hij het soms noemde ‘de verantwoordelijkheid van het afgrijselijk slecht schrijven’.

Uit: Dagelijkse rituelen: Hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken.

Vertaald door Louise Koopman.

Nicholas Carr @ Google Talks