Waar verzet Micha Wertheim zich tegen?

Anton Corbijn vroeg voor de nieuwe editie van Nederland in ideeën aan 101 wetenschappers, kunstenaars en ondernemers waar zij zich tegen verzetten. Lees hieronder het briljante antwoord van Micha Wertheim.

*****

Mijzelf

MICHA WERTHEIM

Cabaretier; columnist; kinderboekenschrijver

Als ik in een supermarkt iets per ongeluk in mijn karretje gooi, leg ik het altijd ergens anders terug. Een daad van verzet, want grote supermarkten concurreren middenstanders en onschuldige boeren kapot. Iets verkeerd terugleggen dwingt ze iemand in dienst te nemen die het opruimt, en zo red ik werkgelegenheid.

Meestal komen daden van verzet mij net iets te goed uit. Neem de columns die ik schrijf. Lezers zouden zomaar de indruk kunnen krijgen dat ik daarin voortdurend in verzet kom tegen onrecht. In de praktijk gaat dat als volgt. Ik probeer een origineel onderwerp te verzinnen, maar dat lukt niet iedere week. Als de deadline nadert, ga ik wanhopig op zoek naar een huichelaar of profiteur die het verdient om op zijn of haar nummer te worden gezet. Een leugenaar, of een teveelverdiener, BN’ers die zichzelf overschatten. The usual suspects . Lees de column van Youp van ’t Hek in het NRC erop na, en je weet wie ik bedoel.

Hoe moeilijker het mij valt iets origineels te verzinnen, hoe persoonlijker ik op de man ga spelen. Zo grappig mogelijk, maar ’t blijkt de makkelijkste en daarom minst interessante oplossing. Toch zijn die mislukte columns de stukjes waar ik de meeste complimentjes voor krijg. Dat komt omdat iedereen het fijn vindt als er iemand even goed op zijn plek gezet wordt. Youp doet dat al jaren. Hij maakt gedurende de week een lijstje met mensen die een standje verdienen, en praat dat dan in zeshonderd woorden aan elkaar met als conclusie dat het allemaal niet veel gekker moet worden. Om de week erop te concluderen dat het toch weer gekker geworden is. Wat ik iedere week mis in de column van Van ’t Hek, is welke fouten hij zelf maakt; Youp zal zelf toch ook weleens de plank misslaan?

Ook dit stukje schrijf ik vlak voor de deadline. Ook nu kon ik niets verzinnen en dus dacht ik: kom, ik pak Youp eens aan. Misschien, beste lezer, ben je een fan van Youp en stel ik je teleur. In dat geval vind je mij een grotere zeur dan ik Youp. Of je bent het van harte met mij eens en blij dat eindelijk iemand eens in verzet komt tegen die over het paard getilde Van ’t Hek met zijn miljoenen verkochte boekjes. Maar van mening zal ik niemand doen veranderen.

Maar Micha, je doet nu hetzelfde; hoe ga je jezelf hieruit redden? Welnu, door het over Youp te hebben wilde ik aantonen hoe makkelijk het is om naar een ander te wijzen als je zelf even niet weet waar je het over moet hebben. Engagement heet dat vaak bewonderend in cabaretrecensies. In wezen is het niets meer dan het intrappen van open deuren. In het beste geval lukt het een cabaretier zo om een merk alcoholvrij bier (bedacht om verkeersdoden tegen te gaan) uit de markt te prijzen. Maar nu ben ik weer tegen Youp tekeer aan het gaan, en ik wilde nou net aantonen dat dat te makkelijk is, en niets oplevert omdat het niemand van gedachten zal doen veranderen.

De vraag was bovendien waar ik tegen in verzet kom. Welnu, als je tot de conclusie komt dat er toch niemand van gedachten verandert door anderen aan de satirische schandpaal te nagelen, dan moet je concluderen dat je zelf de enige bent die je van gedachten kan laten veranderen. Dus als je in verzet wilt komen, zal dat tegen jezelf moeten zijn. Dat klinkt een beetje narcistisch en pretentieus, en dat is het ook. Toch is dat wat ik nastreef te zijn: iemand die zichzelf van gedachten of positie tracht te veranderen. In het beste geval kan je er iemand anders mee verleiden dat ook eens te proberen.

Wynton Marsalis vertelde ooit hoe hij als jonge trompettist een zaal op zijn kop had gezet door een toon twintig minuten aan te houden. Na afloop was zijn vader woedend: ‘Those who play for applause, that’s all they get.’ De kunst is iets te maken om zelf te groeien en te veranderen. Dan mag je hopen dat je een publiek kan vinden dat meewil met die verandering.

Betekent dat dat ik tegen beledigende humor ben omdat het altijd een teken van onvermogen is? Helemaal niet. Ik geloof dat satire over politici, bankiers, religieuze gekkies en bekende personen soms een heel goed uitgangspunt is om vanuit te vertrekken, zolang je maar voor ogen houdt dat dat het beginpunt is en niet het eindpunt. Ik had Youp nodig om mijn eigen tekortkoming te tonen, en daar zal ik, zo moet ik aan het einde van dit betoog tot mijn verbazing constateren, hem altijd dankbaar voor zijn.


Dit stuk komt uit Waar verzet jij je tegen?

Meer lezen? Bestel het boek hier zonder verzendkosten!