Waar verzet Asha ten Broeke zich tegen?

Anton Corbijn vroeg voor de nieuwe editie van Nederland in ideeën aan 101 wetenschappers, kunstenaars en ondernemers waar zij zich tegen verzetten. Lees hieronder het antwoord van Asha ten Broeke.

*****

Het leed achter de lulligheid

ASHA TEN BROEKE

Wetenschaps- en opiniejournalist; columnist bij de Volkskrant en Opzij; schrijver van Het idee m/v (2010), Eet mij (2012) en Iedereen is bi (in de maak)

Het is het gesprek van de dag bij de plaatselijke supermarkt: de burgers uit een naburig dorpje zijn boos. Ze hebben zelfs een online petitie op poten gezet. Het dorpje in kwestie is van het subtype lommerrijk en bij vlagen idyllisch, en gelegen aan de andere kant van de snelweg die langs mijn provinciestadje loopt. Die snelweg, dat blijkt het probleem niet. Wel de hoge en felverlichte reclamezuil die een niet nader gespecificeerde onverlaat ernaast wil plaatsen. Een ontsiering van het landschap, dat is het. En is zo’n kapitalisme-vererende rotpaal overdag al geen kijk, ’s nachts wordt het helemaal een ramp. Weg is de fijne duisternis die nu nog maakt dat de dorpsbewoners slapen onder het licht van slechts de sterren en de maan. Baden in neonlicht zullen ze. En wat te denken van nachtdieren als de uil en de das?

Op de groenteafdeling hoor ik het gemopper van de boze burger naast me beleefd aan, terwijl ik me ondertussen bezighoud met het optimaliseren van een bloemkoolvraagstuk (zo groot mogelijk, maar met zo weinig mogelijk slechte plekken). Terwijl hij zijn verhaal doet, denk ik echter stiekem na over de lulligheid der dingen.

Hoe kun je je nou zo druk maken over een reclamemast? Zijn er geen belangrijkere zaken in de wereld?

Bij het brood fluit ik mezelf mentaal terug, want ik weet uit ervaring hoe vervelend het is als mensen zo redeneren. Zelf bevond ik me meermalen aan het ontvangende eind van deze denkwijze. Wanneer ik me druk maakte over de stereotypering van jongens en meisjes in speelgoedfolders bijvoorbeeld. Zij een poppenmoedertje, hij een lego-ninja. Zij een plastic stofzuigertje, hij een microscoop. Zij met een mini-make-upset, hij met een voetbal. Dat soort werk.

Hoe kun je je daarover opwinden, vroegen mensen me boos, terwijl er ook meisjes worden besneden, of uitgehuwelijkt, of allebei? Dat is een drogredenering uiteraard. Als je deze gedachtegang doortrekt, zou ook niemand meer mogen klagen over de regen, want elders in de wereld zijn er zulke grote droogtes dat mensen honger lijden. Je zou nooit meer mogen mopperen op het beleid van Rutte, want Assad is duidelijk een veel grotere schurk. En een reclamezuil langs een snelweg? Bij Aleppo hebben ze niet eens een snelweg meer (of een naburig dorpje).

Bij de yoghurt zie ik een kleuter met een kinderkarretje die – ondanks de loop-es-doors van zijn vader – met vastberaden blik voor de Danoontjes blijft staan, en kom ik tot de conclusie dat ook kleine dingen verzet verdienen. Zoals die speelgoedfolders. In de jaren dat ik erover schreef en over vertelde op televisie en tijdens lezingen, kwam ik allerlei stereotype-gerelateerde treurigheid tegen. Ik las over wetenschappelijk onderzoek van een psycholoog die liet zien dat alleen al het hanteren van aparte categorieën voor jongens en meisjes bij kinderen hun geloof in genderstereotypen aanwakkert. Zo zeggen ze vaker dingen als: ‘Alleen vrouwen kunnen voor koters zorgen’, of: ‘Alleen mannen kunnen president of arts worden.’

Maar meer nog bleven me de verhalen bij van kinderen die zelf niet in roze-blauwe cliché-hokjes pasten. Het meisje dat haar haren kort liet knippen, in een Spiderman-vest naar school ging en zich eindelijk lekker zichzelf voelde, alleen om door klasgenoten te worden uitgescholden voor ‘vieze lesbi’. De jongen die me na een debatavond vertelde hoe hij op zijn vierde verjaardag van een tante de pop kreeg die hij zo graag wilde, en dat zijn vader die in de vuilnisbak gooide, ‘want anders word je nooit een echte vent’. En de studies die aangeven dat dit geen klein, particulier probleem is. Zo publiceerde onderzoeksbureau Movisie in 2015 een artikel waarin stond dat zelfs jonge kinderen die zich niet conformeren aan stereotiepe noties ‘bijvoorbeeld niet [mochten] meedoen met de andere kinderen, werden uitgescholden of opgesloten in de wc’. En ook dito pubers krijgen het zwaar voor hun kiezen. Of ze nu hetero, homo, lesbisch of bi zijn: uit onderzoeken blijkt dat gendernon-conforme tieners vaker worden gepest, vaker te maken krijgen met stigmatisering, vaker depressief zijn en vaker een einde aan hun leven proberen te maken.

Bij de kassa sta ik in de rij achter de boze burger, en realiseer ik me dat achter lullige issues toch groot leed kan schuilgaan. Zo hartstochtelijk als ik me wil inzetten voor kinderen die niet in genderhokjes passen omdat ik hun een leven gun vol vrijheid in een vriendelijke, ruimdenkende wereld, zo gepassioneerd gunt deze nijdige man zijn dorpsgenoten een leven zonder reclamezuilen, onder een onbezoedeld firmament. Nachten vol duisternis; de uil en de das zullen hem dankbaar zijn.


Dit is een bijdrage uit Waar verzet jij je tegen? 

Meer lezen? Bestel het boek hier zonder verzendkosten!