Ontdek: Waarom Herman van Rompuy geen zin heeft om met vlaggen te zwaaien

Voor zijn boek is Mark Schalekamp afgereisd naar alle 28 EU-landen om daar telkens met 8 inwoners te praten: een dokter, een politieagent, een kapper, een ondernemer, een kunstenaar, een immigrant, een sekswerker en een lokale beroemdheid. Dit is Europa is het kleurrijke en humorvolle verslag van Project Youropeans, Schalekamps sociaal-journalistieke zoektocht naar de aard van het Europese beest. Niet vanuit politiek standpunt, maar met de open blik van een nieuwsgierige Europeaan. Hier heeft hij het over de Europese symbolen, voor zover die te vinden zijn:

My boyfriend went to Europe and all I got was this lousy T-shirt.
Dat zou ik me nou nooit laten zeggen, dus nam ik uit elke bezochte stad iets bijzonders mee voor mijn vriendin. Iets waar vrouwen echt blij van worden, iets waar ze echt op zat te wachten: ze heeft nu 28 stedenmagneten op de ijskast.

Je kent ze wel, souvenirshops (opvallend vaak gerund door Indiërs overigens) verkopen ze meestal voor een eurootje. Op de ijskastdeur hangt een Eiffeltoren, een Acropolis, een Big Ben, Ceauscescu’s paleis: veel landmarks. Maar ook een dansend Bulgaars stelletje, Sisi uit Wenen. Het zijn de blikvangers: de stad, soms zelfs het hele land, teruggebracht tot één symbool.
Elk land heeft zijn eigenaardigheden, nationale helden, talen, dat is zo ontstaan. Elk land heeft zijn vlag, zijn lied, dat is zo bedacht. Een vlag bevat natuurlijk een nationale kleur,* of een dier dat kenmerkend is voor het land, gebaseerd op liefst vreselijk oude geschiedenis, terwijl het lied verhaalt van zaken waar het land trots op mag/moet zijn – waarbij het opvallend is hoeveel buitenlanden in volksliederen worden genoemd: Duitsland en Spanje in dat van Nederland, Zweden en Frankrijk in dat van Polen, om maar iets te noemen. Ontstaan of bedacht, de symbolen dragen bij aan nationale saamhorigheid.

Hoe zit dat met Europa? De EU heeft een aantal officiële symbolen: de vlag, de Europese hymne, gebaseerd op ‘Ode an der Freude’ uit de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven, de euro (hoewel lang niet elke lidstaat die voert) en De Dag van Europa. Weet jij wanneer die is?**

In de Europese Grondwet uit 2004, of althans het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, waren ze opgenomen, maar die grondwet kwam er niet na het nee van Frankrijk en Nederland. En in het daarop volgende Verdrag van Lissabon moest onder druk van enkele lidstaten, waaronder Nederland, de vlag wijken, die mocht niet te nadrukkelijk worden genoemd. In plaats daarvan bevestigden de zestien lidstaten de symbolen in een aparte verklaring.
‘Die vlag moest eruit,’ vertelt Luuk van Middelaar, ‘want we wilden onze eigen vlag houden. Dat was het sentiment en steeds het misverstand: dat je, als je deel uitmaakt van Europa, moet verdwijnen als land of natie. Ik vind het altijd mooi wanneer de leiders voor twee vlaggen staan. De Europese en de Franse vlag, om maar iets te noemen: de dubbele identiteit.’

Maar is die Europese identiteit niet nog leeg? Ik vraag het aan Herman van Rompuy. In de hoek van zijn kamer staat uiteraard de blauwe vlag met die twaalf gouden sterren.
‘Moet je die identiteit niet laden?’ Laden? Bij het horen van het woord laden fronst hij zijn wenkbrauwen en ik herformuleer mijn zin zonder marketingjargon. ‘Inrichten bedoel ik, als een huis.’
‘De mensen zijn niet dwaas,’ zegt Van Rompuy. ‘Zolang een aantal dingen niet gestabiliseerd is, met de eurozone, met de ganse problematiek van vrij verkeer en immigratie, dan heeft vlaggen zwaaien geen zin. Eerst de economie laten groeien, zodat men ziet dat de maatregelen van de afgelopen jaren ook ergens toe hebben gediend. Maar goed, men moet substantie geven alvoor men met vlaggen zwaait.’
‘Ach, vlaggen zwaaien, ik bedoel te zeggen dat het de Europese identiteit zou helpen wanneer meer zaken ons zouden herinneren aan ons Europeaan-zijn. Ik ben voetballiefhebber.’
‘Ik ook, van Anderlecht,’ onderbreekt hij me. Zijn toon is meteen anders, lichter.
‘Ik van Feyenoord. Er komen in 2020 Europese Kampioenschappen die normaal gesproken in één land worden gehouden, maar dan worden verspeeld in dertien steden verspreid over heel Europa, van Bakoe en Lissabon tot Amsterdam, met een finale in Londen, in het Wembley-stadion. Dat vind ik een prachtig plan.’
Dat wist Van Rompuy natuurlijk al lang. ‘Een briljant idee van Michel Platini, van de UEFA . Zo las ik ook een artikel waarin werd gedacht over een gezamenlijke Europese Olympische ploeg. Die was tijdens de vorige Spelen by far de grootste medaillehouder geworden.’

Sport kan een goede rol spelen, het kan verbinden, al is men tijdens zo’n toernooi juist supporter van het eigen land en dus tegen de andere. Het is het proberen waard om voor verschillende sporten een Europees team te selecteren, dat het opneemt tegen andere werelddelen, naar het goede voorbeeld van de Ryder Cup, de prestigieuze jaarlijkse golfwedstrijd tussen Amerika en Europa.
Er zijn sinds 2015 Europese Spelen, als kleiner zusje van de Olympische Spelen, die plaatsvonden in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. De tweede editie, die van 2019, had het Europees Olympisch Comit. gegund aan Nederland, dat de toekenning moest teruggeven nadat de politiek, de minister van Sport, weigerde financieel bij te dragen; tot verbazing van de verzamelde Nederlandse sportbonden, die de argumenten van de minister ongeloofwaardig vonden: het sportief niveau van het evenement was wel degelijk hoog en de gevraagde bijdrage was betrekkelijk bescheiden. Mijn vermoeden is dat de Nederlandse regering niet mee wilde doen vanwege de geringe populariteit van de EU: hoewel dit evenement niets met Brussel te maken heeft, moest het idee dat ‘Europa’ alleen maar geld kost niet verder postvatten in de publieke opinie.
Er is overigens al wel een Europees event dat weliswaar een winnend land oplevert, maar nauwelijks zure gezichten bij de verliezende landen en al helemaal geen vechtpartijen. En dat wel door honderd miljoen mensen wordt bekeken: het Eurovisie Songfestival, waarover later meer.
Het Erasmusprogramma verbindt ook, versmelt zelfs: de meetmethode is onduidelijk, maar naar verluidt zijn er inmiddels een miljoen Erasmusbaby’s, het resultaat van drie miljoen studenten op uitwisselingspad.* Om ook de minder hoog opgeleiden te betrekken bij Europa zou sociale dienstplicht helpen, waarbij elke 18-jarige in een EU-land naar keuze maatschappelijk werk verricht.
Ylva, huisarts in Stockholm, zag de verbinders in een onverwachte hoek, want volgens haar heeft niet de EU, maar Ryanair het meest bijgedragen aan Europese eenwording. Door deze en andere prijsvechters als EasyJet, AirBerlin, Vueling en Transavia reist namelijk iedereen, leert men elkaars landen kennen. ‘Vroeger ging iedereen heus weleens naar Londen, Parijs en Kopenhagen. Maar tegenwoordig gaan mensen, zeker jongeren, voor een weekendje naar Belfast, Krakau of Praag, naar steden waar je anders niet naartoe zou gaan. Gewoon omdat het bijna gratis is.’

* Bij de Nederlandse vlag zit de kleur in de wimpel.
** 9 mei, de dag waarop Schuman, Frans minister van Buitenlandse Zaken, in 1950 de toespraak hield die wordt gezien als het startpunt van de EU.
*** Het getal van 1 miljoen zong hardnekkig rond, maar lijkt me wat veel, op drie miljoen studenten. Als elk stel gemiddeld twee kindjes produceert, zijn er 500.000 Erasmusstellen, dus één miljoen (ex-)studenten, wat betekent dat één op de drie zich binnen Erasmus voortplant…