Ouders opgelet!

‘Eigenlijk lees ik liever geen boeken over opvoeding. Er staat namelijk zelden iets nieuws in. Net als de meeste ouders heb ik geen boek nodig om aan te voelen dat je een van onredelijkheid gillende peuter het beste rustig kunt negeren. Een veel prangender vraag is hoe je jezelf ervan weerhoudt terug te schreeuwen als de peuter in kwestie krijsend op de vloer van de V&D ligt, terwijl zich om je heen een kring afkeurend kijkende oudere vrouwen vormt, je werkmobiel gaat en je bovendien al te laat bent om de oudste van school te halen. Maar daar geven opvoedboekjes nooit antwoord op.

Dit boek over opvoeding is anders. Niet omdat het wél weet hoe je je kalmte kunt bewaren als alles tegenzit, maar omdat je niet eerst in een halve heilige hoeft te veranderen om er iets aan te hebben. Dat maakt het uitermate geschikt voor welwillende prutsouders zoals ik, die de hoop koesteren de schuimbekkende calimero binnen afzienbare tijd — zeg: maximaal achttien jaar — te transformeren in een verantwoordelijke, eerlijke en zelfverzekerde wereldburger.

Totdat ik Ouders opgelet! las ging ik er intuïtief van uit dat het met dat wereldburgerschap voor het grootste deel vanzelf wel goed zou komen. Goede-voorbeeld-technisch deugde ik immers, en mijn kindjes waren qua aangeboren eigenschappen zonder twijfel beter dan gemiddeld. Als ik mijn dochters dus met regelmaat vertel dat ze slim zijn, groeit hun zelfvertrouwen en komen die goede schoolresultaten hun zo aanwaaien. En als ze maar genoeg spelen met kindjes van allerhande etnisch pluimage, leren ze automatisch dat huidskleur niet uitmaakt voor wat je leuk vindt of goed kunt.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mijn ouderinstinct me hier lelijk op het verkeerde been heeft gezet. Net zoals zelfbeheersing niet vanzelf komt als je kind een driftbui krijgt op het slechtst denkbare moment op de slechtst denkbare plaats, zo lukt
het niet automatisch om je nageslacht te leren niet te discrimineren, eerlijk te zijn of door te zetten op school. Een kind dat steeds maar hoort dat het zo vreselijk intelligent is, zo blijkt uit experimenten, leert niet doorzetten. En tenzij je als ouder expliciet over huidskleur en gelijkheid praat, blijven kinderen denken dat een donker vel meer betekent dan extra pigment.

Deze dingen zijn niet ingewikkeld. Ze vereisen geen ingewikkelde pedagogische handelingen nadat je bekaf thuiskomt van je werk. Je hoeft niet tijdens een gilpartij boven jezelf uit te stijgen met stickervellen of op de minuut nauwkeurig vastgestelde time-outs. Het is gewoon een kwestie van lezen over de uitkomsten van relevante experimenten — iets wat Po Bronson en Ashley Merryman niet alleen gemakkelijk maken, maar ook leuk — en die kennis nu en dan toepassen.

Om het boek nog relevanter te maken, heb ik een aantal Nederlandse voorbeelden en onderzoeken toegevoegd. In het hoofdstuk over racisme en kleurenblindheid komen nij bijvoorbeeld ook Sinterklaas en zijn knecht Zwarte Piet aan bod. Een graad in de raketgeleerdheid is niet nodig; een diploma in vlekkeloos ouderschap met een cum laude voor engelengeduld evenmin. Welkom bij het wetenschappelijk verantwoord opvoeden voor dummy’s.’

Asha ten Broeke
Woord vooraf bij de Nederlandse uitgave van Ouders opgelet!