Beethoven: zestig koffiebonen en een waterballet

Ludwig van Beethoven (1770-1827) was een Duitse componist en pianist, en een van de beroemdste en invloedrijkste componisten van klassieke muziek.

Beethoven stond op bij het ochtendgloren en toog dan zo ongeveer meteen aan het werk. Hij ontbeet met koffie, die hij zelf met grote zorg zette – hij stelde vast dat er zestig bonen per kop nodig waren, en hij telde ze vaak een voor een, voor een heel precieze dosering. Vervolgens ging hij aan zijn bureau zitten en werkte tot twee of drie uur, met af en toe een pauze om buiten te wandelen, wat zijn creativiteit bevorderde. (Misschien had Beethoven om die reden in de warmere maanden een hogere productiviteit.)

Na het middageten maakte Beethoven een lange energieke wandeling, die het grootste gedeelte van de middag in beslag nam. Hij had altijd een potlood en een paar vellen muziekpapier in zijn zak, om muzikale invallen te noteren. Als de dag ten einde liep, stopte hij soms bij een taveerne om de krant te lezen. De avonden bracht hij vaak met vrien- den door of in het theater, alhoewel hij ’s winters liever thuisbleef en een boek las. Het avondeten hield hij meestal eenvoudig – een kom soep bijvoorbeeld, en wat kliekjes van ’s middags. Beethoven hield van wijn bij het eten, en na het diner nam hij graag een glas bier en rookte hij een pijp. Het gebeurde maar zelden dat hij ’s avonds aan zijn composities werkte, en hij trok zich vroeg terug, en ging op zijn laatst om tien uur naar bed.

Het is wel aardig om iets te schrijven over de bijzondere badgewoonten van Beethoven. Zijn leerling en persoonlijk secretaris Anton Schindler memoreerde ze in zijn Biographie von Ludwig van Beethoven:

‘Het wassen en baden was van opperste importantie in Beethovens leven. In dit opzicht had hij werkelijk iets oosters: naar zijn mening overdreef Mohammed geen sikkepit als het ging om het aantal wassingen dat hij per dag voorschreef. Als hij zich gedurende zijn werkzame ochtenduren niet hoefde aan te kleden om uit te gaan, stond hij half ontkleed bij de wastafel en goot grote kannen water over zijn handen, onderwijl toonladders bulderend of soms luid in zichzelf neuriënd. Daarna beende hij door zijn kamer met woest in hun kassen rollende of starende ogen, noteerde zo nu en dan wat, waarna hij weer luid zingend doorging met zijn watergietritueel. Dit waren momenten van diepe meditatie, waartegen niemand bezwaar zou kunnen hebben gemaakt, maar het had twee ongelukkige neveneffecten. Ten eerste barstten de bedienden vaak in lachen uit. Dit leidde tot grote woede bij de maestro, en hij schold ze soms uit in bewoordingen die hem nog meer voor gek zetten. En, ten tweede, raakte hij verwikkeld in een conflict met de huiseigenaar, want zeer regelmatig werd er zoveel water gemorst dat het regelrecht door de vloer sijpelde. Dit was een van de belangrijkste redenen waarom Beethoven geen erg geliefde huurder was. De vloer van zijn woonkamer zou bedekt geweest moeten zijn met asfalt om het water tegen te houden. En de maestro was zich totaal niet bewust van het residu van zijn inspiratie onder zijn voeten!’

Uit: Dagelijkse rituelen: Hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken.

Vertaald door Louise Koopman.